Het kabinet wil de schaarse sociale huurvoorraad doelmatiger inzetten voor huishoudens die vanwege hun financiële positie moeilijk op de koopmarkt of in de midden- en vrije huursector terechtkunnen. Aanleiding is onder meer dat het inkomen of vermogen van huurders na woningtoewijzing kan stijgen, terwijl daar in het huidige stelsel beperkt rekening mee wordt gehouden. Ook zijn er sociale huurders die tegelijkertijd een koopwoning bezitten.
In 2024 waren er ongeveer 177.000 goedkope scheefhuurders, circa 8% van de sociale voorraad van woningcorporaties. Corporaties kunnen voor hogere inkomens al een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (IAH) toepassen, maar doen dit niet allemaal. Daarnaast heeft bijna 5% van de sociale corporatiehuurders meer dan €100.000 vermogen. Bijna 11.000 sociale huurders bezitten tevens één of meer woningen.
Verplichte inkomenstoets
Het kabinet wil de bestaande IAH voor woningcorporaties in beginsel verplicht stellen. Huishoudens boven de inkomensgrens krijgen dan jaarlijks een extra huurverhoging van 50 of 100 euro per maand, totdat de maximale huurprijs op basis van het woningwaarderingsstelsel is bereikt. Er moet ruimte blijven voor lokaal maatwerk, bijvoorbeeld in wijken waar vanwege leefbaarheidsproblemen wordt gestuurd op een gemengde bevolkingssamenstelling. Volledige toepassing van de IAH kan corporaties naar schatting op termijn maximaal circa 100 miljoen euro per jaar aan extra huurinkomsten opleveren.
Vermogen gaat meetellen
Ook komt er een vermogenstoets bij de toewijzing van sociale corporatiewoningen. Het kabinet denkt voor 2026 aan een eerste grens van 118.714 euro. Huishoudens met een vermogen tussen 118.714 en 237.428 euro kunnen nog een sociale huurwoning krijgen, maar tegen een hogere huurprijs. Boven 237.428 euro komt een huishouden in beginsel niet meer voor een sociale corporatiewoning in aanmerking. Voor bijzondere situaties en huishoudens die anders tussen wal en schip dreigen te raken, wordt naar uitzonderingsmogelijkheden gekeken.
Daarnaast onderzoekt het kabinet een jaarlijkse vermogensafhankelijke huurverhoging voor zittende huurders. In 2024 waren er circa 60.000 sociale huurders met een vermogen boven de beoogde lage vermogensgrens, maar met een inkomen onder de grens voor een inkomensafhankelijke huurverhoging.
Ten slotte wil het kabinet woningbezit onder sociale huurders inperken. Voor nieuwe huurders wordt een aanvullende toets op woningbezit verkend. Bij bestaande huurders wil het kabinet vooralsnog geen algemene wettelijke grond invoeren om het huurcontract te beëindigen. Corporaties moeten bestaande juridische mogelijkheden actiever benutten wanneer huurders over passende alternatieve huisvesting beschikken. Ook wordt onderzocht hoe gegevens over woningbezit met corporaties kunnen worden gedeeld.
De maatregelen worden verder uitgewerkt in een wetsvoorstel. Het kabinet verwacht dit begin 2027 in internetconsultatie te brengen.




Geef een reactie