De rechtbank Amsterdam ontbindt de huurovereenkomst van een sociale huurwoning omdat de huurder de woning zonder toestemming heeft onderverhuurd en er zelf niet zijn hoofdverblijf had. De huurder moet de woning verlaten en de winst die hij met de onderverhuur heeft gemaakt aan woningcorporatie Stadgenoot betalen.
De huurder huurde sinds 2010 een sociale huurwoning in Amsterdam. Volgens zijn huurcontract moest hij de woning zelf als hoofdverblijf gebruiken en mocht hij deze zonder schriftelijke toestemming niet geheel of gedeeltelijk aan anderen verhuren of in gebruik geven.
In 2025 sloot de huurder een zogenoemd hospitacontract met een andere persoon. Volgens dat contract moest deze persoon € 2.000 per maand betalen. Later stelde de huurder dat feitelijk € 1.000 per maand was betaald. Stadgenoot ontving een melding dat de woning werd onderverhuurd en dat de huurder er zelf niet woonde. Bij een bezoek trof de woningcorporatie twee andere bewoners aan.
Geen hospitaverhuur
De huurder stelde dat sprake was van hospitaverhuur en dat hij zijn hoofdverblijf in de woning had gehouden. De kantonrechter vindt dit niet aannemelijk. Het contract vermeldde niet welk deel van de woning werd verhuurd. Bovendien bestond de woning van ongeveer 51 vierkante meter uit slechts één slaapkamer en één woonkamer. Dat de huurder gedurende langere tijd zelf in de woonkamer zou hebben gewoond, acht de rechter ongeloofwaardig.
Ook waren nauwelijks persoonlijke spullen van de huurder aanwezig. Uit de Basisregistratie Personen bleek bovendien dat in eerdere jaren verschillende andere personen langdurig op het adres ingeschreven stonden. De huurder kon daarom niet aannemelijk maken dat hij vóór en tijdens de onderverhuur daadwerkelijk zijn hoofdverblijf in de woning had.
Winst op sociale huurwoning
De rechter rekent de verboden onderverhuur de huurder zwaar aan. Sociale huurwoningen in Amsterdam zijn schaars en Stadgenoot heeft de taak deze eerlijk te verdelen. Door de woning zonder toestemming aan anderen te verhuren, heeft de huurder dit systeem omzeild.
Daarbij weegt mee dat hij winst maakte. Hij ontving € 1.000 per maand, terwijl zijn eigen huur € 616,76 bedroeg. Zijn maandelijkse winst bedroeg daarmee € 383,24. De rechter noemt het bijzonder kwalijk dat een sociale huurwoning werd gebruikt om dergelijke winst te maken.
De huurovereenkomst wordt daarom ontbonden. De huurder moet de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis verlaten. Ook moet hij een huurachterstand van € 781,98 betalen en € 3.093 aan winst uit de onderverhuur afdragen. Totdat hij de woning heeft verlaten, moet hij daarnaast maandelijks € 616,76 als gebruiksvergoeding betalen. Het vonnis mag direct worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld.




Geef een reactie