De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs geoordeeld over een aanslag reclamebelasting die namens de gemeente Groningen was opgelegd aan een onderneming. De aanslag over 2024 bedroeg € 400. De rechtbank vindt dat onvoldoende is aangetoond dat dit bedrag verschuldigd was en vernietigt daarom de volledige aanslag.
De gemeente Groningen mag volgens haar Verordening reclamebelasting heffen voor openbare aankondigingen en reclamevoorwerpen. Daarbij gelden vrijstellingen. Voor openbare aankondigingen, zoals teksten, posters en banieren aan een gebouw, is de eerste 2 m² vrijgesteld. Bij losse letters of tekens moet voor het bepalen van de oppervlakte een denkbeeldige rechthoek om de reclame-uiting worden getrokken. Voor reclamevoorwerpen die niet aan een gebouw zijn bevestigd, geldt dat het eerste voorwerp is vrijgesteld.
Volgens de heffingsambtenaar waren er bij het betreffende pand vier openbare aankondigingen met samen een oppervlakte van 3,45 m². Het ging onder meer om een banier aan de gevel, teksten op een deur en raam en een poster. Hiervoor was € 100 belasting berekend.
De rechtbank kon echter niet controleren hoe de totale oppervlakte van 3,45 m² was vastgesteld. Uit het dossier bleek niet duidelijk welke gemeten oppervlakte bij welke reclame-uiting hoorde. Ook de foto’s en de uitleg tijdens de zitting brachten daar geen duidelijkheid in. De rechtbank vermoedde bovendien dat voor een tekst op een deur mogelijk de hele deur van 2,5 m² was meegerekend. Dat is volgens de regels niet juist: alleen de denkbeeldige rechthoek rond de letters moet worden gemeten. De heffingsambtenaar heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat de totale reclameoppervlakte boven de vrijgestelde 2 m² uitkwam. Het bedrag van € 100 vervalt dus.
Daarnaast was € 300 geheven voor vier reclamevoorwerpen. Ook daarvan was onvoldoende duidelijk om welke vier voorwerpen het ging. Alleen een deurmat met de naam van het hotel kon duidelijk als reclamevoorwerp worden aangemerkt. Omdat het eerste reclamevoorwerp is vrijgesteld, is ook hierover geen belasting verschuldigd.
Het beroep van de onderneming is gegrond en de volledige aanslag van € 400 wordt vernietigd.



Geef een reactie