Omgevingswet bevordert proactiviteit

0

De Omgevingswet heeft voor gemeenten veel meer gevolgen dan alleen dienstverlening, informatiekundig of juridisch, zo stelt Kristel Lammers (VNG). Volgens haar treft het onder meer ook bedrijfsprocessen en besluitvormingsprocessen. “En als je door je oogharen heen kijkt, dan zie je dat de wet voor veel gemeenten ook een andere manier van werken betekent.”

De Omgevingswet heeft als doel een gezonde fysieke leefomgeving in stand te houden en te bereiken en doelmatig beheer en gebruik van die fysieke leefomgeving voor maatschappelijke functies te realiseren. In dat kader zijn vier verbeterdoelen geformuleerd: Het vergroten van de participatie met initiatiefnemers (inwoners en ondernemers); snellere doorlooptijden; het vergroten van de transparantie en inzicht in processen en procedures; meer integrale besluitvorming en samenwerking. Om dat te kunnen realiseren is informatievoorziening nodig, maar zullen ook andere domeinen en processen moeten worden meegenomen. Zoals het juridische domein. “De omgevingsvisie is een nieuw instrument voor gemeenten, net als het omgevingsplan. De bestemmingsplannen vormen daar de basis voor, maar het instrument is volstrekt anders en het heeft ook invloed op de Algemene Plaatselijke Verordening. Dat betekent dat we ook op juridisch gebied van alles moeten verkennen”, zo schetst Kristel Lammers, programmamanager Invoering Omgevingswet bij de VNG en vanuit het gemeentelijk domein lid van de programmaraad ‘Aan de slag met de Omgevingswet’.

[([002_684_rb-image-2813492.jpeg])]

Xpert Omgevingszaken

Alle relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie op één plek, aangevuld met praktisch commentaar en heldere werkprocessen. Meer informatie >>

Ook bedrijfsprocessen zullen met de komst van de Omgevingswet veranderen. “De fysieke leefomgeving is breder dan alleen ruimtelijke ordening en dat betekent intern het nodige voor gemeentelijke organisaties, maar ook in verbinding met bijvoorbeeld GGD GHOR, de veiligheidsregio, waterschappen, onderdelen van regionale Rijkswaterstaat, provincies en met andere gemeenten in de omgeving. Verder zullen besluitvormingsprocessen aan de voorkant, rondom de gemeenteraad en het College, door meer participatie veranderen. Op al die vlakken gaat de nieuwe wet effect hebben. En als je door je oogharen heen kijkt, dan zie je dat de wet voor veel gemeenten ook een andere manier van werken betekent. Meer naar buiten gericht, meer proactief. Minder met de regeltjes in de hand en meer vanuit de opgaven die er zijn. Dat biedt kansen, maar is ook spannend en brengt ook ingewikkelde opgaven met zich mee. Daarom gaat dit breder dan alleen juridisch, dienstverlening of informatiekundig.”

Verandertypen

De Omgevingswet raakt veel domeinen en processen. Dat op zich is al best ingewikkeld. Om het nog wat ingewikkelder te maken, zijn veel stappen op weg maar de Omgevingswet nog niet (geheel) uitgekristalliseerd. “Er is een stip en we zijn op weg om die stip te realiseren, maar veel is nog in ontwikkeling. Dat betekent niet dat gemeenten af moeten wachten. Wat wij hen adviseren is om in ieder geval te bepalen wat voor type gemeente zij zouden willen zijn. Waar liggen hun opgaven? Welke kansen biedt de Omgevingswet als gemeenten kijken naar hun opgaven? Wat is hun veranderhistorie? Hoe is het sociaal domein gegaan? Wat ging daar goed in en welke leerervaringen nemen zij mee naar dit traject? Welk deel van het werk wat zij nu doen kan onder de Omgevingswet ook gecontinueerd worden?”.

Kristel Lammers gelooft niet dat de komst van de Omgevingswet er direct toe zal leiden dat het schip 180 graden draait. “Dat kunnen wij mensen helemaal niet aan. Dus het zal een stap voor stap ontwikkeling zijn, gericht op die stip waarvan de weg er eentje is om met elkaar te ontdekken en daarin vanuit de eigen lokale ambities stappen te zetten. Hoe die weg eruit ziet bepalen gemeenten zelf. Hoe je daar maar kunt kijken is niet uniek voor elke gemeente. Daarom hebben we met gemeenten een denkkader ontwikkeld met vier verandertypen (consoliderend, calculerend, onderscheidend en vernieuwend). Gemeenten raden wij aan om daar intern gesprekken over te voeren. Met bestuur, management en de uitvoeringswereld. Van belang daarbij is de bestuurlijke ambities en de praktijk in de uitvoering te verbinden. Het zijn vaak twee aparte werelden en het is niet vanzelfsprekend dat die twee matchen. Dat is een les die wij hebben geleerd uit het sociaal domein. In dat opzicht ligt er een taak voor het management als linking pins, maar natuurlijk ook voor bestuur en uitvoering.”

‘Eerder in beweging gekomen’

De veranderopgave waar gemeenten zich met de komst van de Omgevingswet voor gesteld zien, is voor iedere gemeente anders. Dat beseft Lammers terdege. Zo zal de opgave voor een krimpgemeente anders zijn dan voor een  groeigemeente, platteland en stad, groot en klein. “Het is de kunst om dat voor je eigen gemeente inzichtelijk te maken en daar een eigen plan en koersrichting voor te maken. Dat is het mooie van ons land, dat je op 390 plekken de vrijheid hebt om in dit traject zelf een keuze te maken. Wat dat betreft is er geen goed of fout.”

Het streven is dat in het voorjaar van 2019 het juridisch kader van de wet in werking treedt en dat op die datum ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) gereed moet zijn. Kristel Lammers vindt dat de veranderopgave van gemeenten niet gekoppeld hoeft te zijn aan die datum. “Zij kunnen nu al beginnen met de veranderopgave en hoeven niet te wachten tot de wet in werking treedt. Een andere werkwijze is niet gekoppeld aan de invoeringsdatum van de wet. Op juridisch vlak geldt dat de Crisis- en herstelwet juridisch gezien genoeg basis biedt om nu al aan de slag te gaan met de Omgevingswet. Dat geldt ook voor integraliteit, een thema dat al jaren op de gemeentelijke agenda staat. Dus ja, er zit druk op maar in vergelijking met vorige trajecten zijn we nu veel eerder in beweging gekomen om na te denken over invoering en als gevolg daarvan met het schrijven van een gezamenlijke visie op digitalisering.”

VIVO
Het eerder met elkaar om tafel zitten als bestuurslagen en het schrijven van een gezamenlijke visie, wordt mooi geïllustreerd aan de hand van de Verkenning Informatie Voorziening Omgevingswet (VIVO),  een proces waarbij in parallelle trajecten door waterschappen, gemeenten en provincies in kaart is gebracht hoe werkprocessen en informatievoorziening kunnen aansluiten op het DSO. Kristel Lammers beschouwt die werkwijze als pure winst. “Vanuit gemeenteland hebben 120 ambtenaren 8 dagen gestoken in het meedenken om de informatievoorziening rondom de Omgevingswet een slag verder te helpen. Dat is input die serieus wordt meegenomen in een visie, in een architectuur en in de ontwikkeling van digitale voorzieningen die er al zijn en doorontwikkeld worden. Het zorgt ervoor dat je als gemeente beter in positie bent dan ooit.”

Meerwaarde van het VIVO-traject is wat Kristel Lammers betreft vooral dat alle gemeenten de kans hebben (gehad) om hun stem te laten horen in de verschillende werkateliers die er zijn gehouden en nog gehouden zullen worden. “Daarmee wordt het hopelijk ook wat minder ‘Haags’. Vanuit de VNG hebben wij verstand van lobbywerk en van de ondersteuning van gemeenten op collectief niveau. Welke behoeftes zijn er gemeenschappelijk en hoe kunnen wij gemeenten daarin ondersteunen?

Waar wij logischerwijs minder zicht op hebben is specifieke praktijkinformatie en situaties. Die moet je dan ook door middel van netwerkachtige constructies ontsluiten en dat is wat ons programma als vertrekpunt heeft genomen. Dat heeft twee voordelen. Enerzijds kun je de kennis uit de praktijk maximaal benutten en anderzijds moet dat vertaald worden hoe grote groepen gemeenten daarmee kunnen werken. Dat laatste is meer onze expertise. Zoiets moet je doen op elk domein.”

Vertrouwen
Negen maand geleden werd het idee van VIVO geboren en nu ligt er een eerste, uitgebreide rapportage over tal van domeinen en processen rondom de Omgevingswet. Kristel Lammers kijkt daar met een goed gevoel op terug. “Door een klein team is er erg hard gewerkt en daar heb ik veel respect voor. Er zijn met de VIVO-community mooie randvoorwaarden gecreëerd voor de komende periode. Positief ben ik ook over de invloed die wij hebben kunnen nemen op de visieontwikkeling en de doelarchitectuur en de stevigere positionering die wij vanuit gemeenten genomen hebben in de programma’s DSO en Invoering. Tegelijkertijd zie ik ook hoe ingewikkeld het is om het traject met al die partijen stapsgewijs verder te brengen. Dat kost veel tijd en energie, maar gelukkig is de sfeer en basishouding erg goed. Dus zeker, er zijn al flinke stappen gezet, maar er moet nog veel gebeuren. Bijvoorbeeld als je kijkt naar alles rondom financiering of bemensing. Zowel bij gemeenten, maar ook op de ‘Haagse’ schaal.”

Het is al eerder gezegd: wat Kristel Lammers betreft hoeven gemeenten niet af te wachten, maar kunnen zij nu al beginnen met de voorbereidingen op de Omgevingswet. “Ga als gemeente vanuit je eigen kracht nadenken over wat je wil en hoe je dat wilt. Wat kun je zelf, wat heb je dan nodig en hoe ga je in de regio samenwerken? Ga met bestuur, management en uitvoering het gesprek aan en ga ook in gesprek met bijvoorbeeld je Omgevingsdienst of GGD. Die willen absoluut met je samenwerken, maar over het algemeen hebben die geen flauw idee hoe zij hierover met je in gesprek moeten komen. Zoek die verbindingen op, maar maak het ook hanteerbaar, concreet en vooral praktisch. Tot slot: heb vertrouwen in elkaar…!”

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer