Opinie ‘Hé tech (en stedenbouwer), praat eens normaal’

4

Toen de overheid vorige week ethische hackers inhuurde, heb ik even opgezocht wat dat eigenlijk zijn. Klinkt een beetje als goede boeven, Robin Hood op internet. Maar het blijken systeemtesters te zijn die onderzoeken of ze je systeem kunnen binnensneaken zonder dat je het doorhebt.

Het zijn kortom hackers die je inhuurt om te onderzoeken of je systeem te hacken is. Ik vind daar weinig ethisch aan. Tenzij je dit ook een ethisch blog vindt, omdat ik me aan de Spellingwet hou.

Taalverrijking

Grote veranderingen verrijken onze taal. Technologisering, of het nou de stoommachine of de computer is, leidt tot nieuwe woorden en nieuwe betekenis van bestaande woorden. Platform bijvoorbeeld. Dat betekent voor techs (techneuten, red) iets heel anders dan voor stedenbouwers of voor communicatiespecialisten. Dat is een mooi ding. Ik hou van taalvernieuwing en -verrijking. Ik hou van levende talen.

Verstaan

Maar je moet elkaar wel willen verstaan. Het lijkt immers of taal bedoeld is om elkaar te begrijpen, maar taal is er ook om je af te zetten tegen de ander. Tegen een ander volk of een andere beroepsgroep. Dat de techwereld een eigen jargon heeft ontwikkeld, die voor buitenstaanders soms klinkt als een geheimtaal, is heel begrijpelijk. Het versterkt de identiteit van de nieuwe groep. En het houdt de kwaliteit van het gesprek in de groep op peil. Wie niet begrijpt waar het over gaat, valt door de mand.

Geheimtaal

Maar het kan de vooruitgang ook in de weg zitten. Dat onze steden niet zo snel smart worden als we zouden willen, komt onder meer doordat veel stedelijke professionals niet weten waar het over gaat. Dat is niet goed. Het helpt dan niet als de techwereld in een halve geheimtaal blijft praten. Net als het niet helpt om je te schamen als je iets niet weet.

Laten we elkaar daar dus op aanspreken. Dat als je denkt, ‘goh waarom gaat het opeens over kleine apen’, als die ander het over API’s heeft, je dat even zegt. En andersom ook. Dat je als stedenbouwer uitlegt dat een bestemmingsplan niets te maken heeft met Google Maps.

Jan-Willem Wesselink is kwartiermaker bij de Future City Foundation

4 reacties

  1. P.J. Westerhof LL.M MIM op

    We kunnen alleen maar hopen dat dit opniniestukje een poging tot humor is.
    Verwachting is dat het vooral zal bijdragen aan heersend onverstand bij ongeïnteresseerde verantwoordelijken.

  2. Francinia Steenstra op

    De auteur gebruikt humor. Een hele goede manier om iets bespreekbaar te maken. Of om spanning te breken. Maar dat doet niets af aan de serieusheid van het onderwerp.
    Dat onderwerp is heel actueel. Die geheimtaal is soms irritant. Als een vakgebied je heel bekend is, maar niet heel recent in je leve voorkwam, sta je al gauw voor schut omdat je taal niet klopt. Idioot natuurlijk, want die taal is bijna een modeverschijnsel. En als iemand zich niet aan de mode houdt, is hij ook niet meteen dom. Maar iemand die woorden als “terugkoppelen” overdadig rondstrooit is ook niet meteen slim.

    Dus ja, spreek elkaar er op aan. Stel vragen als je iets niet snapt. Maar verwacht geen effect op ongeïnteresseerde verantwoordelijken, meneer Westerhof. Die hebben bij uitstek weinig verstand van iets dat ze niet interesseert. Die zitten gewoon op de verkeerde plek.

Reageer