Binnen een gemeente heb je eigenlijk vier verschillende talen. Raadstaal. Collegetaal. Ambtenarenstaal. En samenlevingstaal. Iedereen spreekt er vloeiend één van. Daarom zou ik aan elke gemeentelijke organisatie een nieuwe functie willen toevoegen: een tolk. Hij weet precies wat een raadslid bedoelt als hij om ‘meer regie’ vraagt, wat een ambtenaar bedoelt met ‘dit moeten we sonderen’ en wat een inwoner bedoelt als hij zegt ‘jullie luisteren toch niet.’
Meertaligheid
De raad spreekt in moties en amendementen. Raadsleden bewegen zich in een wereld van politiek-bestuurlijke verhoudingen. Ze wegen belangen af, kijken naar het grote plaatje én naar hun achterban. Als een raadslid zegt ‘we willen meer regie’, bedoelt hij misschien: ‘ik hoor van inwoners dat ze zich niet gehoord voelen en ik wil dat dat verandert.’ Maar wat er aankomt bij de ambtenaar die het verslag leest, is soms: een nieuw verzoek om een notitie.
Het college spreekt in coalitieakkoorden en prioriteiten. Collegeleden sturen op uitvoerbaarheid. Ze balanceren voortdurend tussen wat gewenst is en wat mogelijk is. Als een wethouder zegt ‘we gaan dit zorgvuldig oppakken’, kan dat betekenen: ‘dit is politiek gevoelig en we willen eerst weten hoe het erbij ligt.’ Maar een betrokken inwoner die al twee jaar op actie wacht, hoort: uitstel.
Ambtenaren spreken in processen en protocollen. Ambtenaren werken met regels, termijnen en bevoegdheden. Ze zijn opgeleid om zorgvuldig te zijn, en terecht. Als een ambtenaar zegt ‘dit moeten we sonderen’, klinkt dat voor een buitenstaander als: de gemeente draait in cirkels.
De samenleving spreekt in gevoel en beleving. Inwoners praten vanuit hun dagelijks leven. Ze zien een probleem en willen een oplossing, als het kan morgen al. Als een buurtbewoner zegt ‘jullie luisteren toch niet’, is dat zelden een aanval op een individu. Het is een signaal van onmacht. Maar wie er defensief op reageert, bevestigt precies wat de inwoner al dacht.
Uit de praktijk
Neem een participatietraject over de herinrichting van een plein. De ambtenaren hebben maanden gewerkt aan een zorgvuldig proces: informatieavonden, enquêtes, een klankbordgroep. De wethouder is tevreden: het college heeft zijn belofte ingelost. De raad wil weten of de uitkomsten ook écht zijn meegenomen in het plan. En de buurt? Die is boos. Want het bankje dat ze wilden, staat er niet in. En waar zijn de beloofde parkeerplekken gebleven?
Of neem de behandeling van een complex dossier in de raad. Een ambtenaar legt een raadsvoorstel voor, twintig pagina’s, zorgvuldig opgebouwd. Een raadslid vraagt: ‘maar wat schieten de inwoners hier nou mee op?’ De ambtenaar kijkt lichtelijk beduusd. Dat stond toch in hoofdstuk drie? Maar het raadslid las vanuit de politieke vraag, niet vanuit de beleidstechnische logica. Twee mensen, één tekst, twee verschillende gesprekken.
Wat dan wel?
Ik pleit niet écht voor een nieuwe functie op de gemeentelijke loonlijst. Maar wel voor iets dat misschien net zo zeldzaam is: de bereidheid om een woordje van de taal van de ander te leren. Niet een volledig diploma raadstaal of ambtenarenstaal. Maar genoeg om te snappen dat ‘zorgvuldig oppakken’ geen uitstel hoeft te zijn, dat ‘meer regie’ geen wantrouwen is, en dat ‘jullie luisteren toch niet’ zelden over jou persoonlijk gaat.
De tolk kan in jezelf zitten. Een beetje vocabulaire van de ander, een beetje geduld met een onbekend accent en plots loopt het gesprek net iets soepeler. De vertaalslag is klein. Het effect kan groot zijn. En als je er even niet uitkomt? Dan is het mooiste wat je kunt doen, gewoon even vragen: wat bedoel je daar precies mee?
Pascale Georgopoulou is oud-raadslid, oud-griffier en zelfstandig adviseur binnen de publieke zaak op het gebied van de Omgevingswet, participatie en de energietransitie.



Geef een reactie