Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 zien we in meerdere gemeenten de grootste fractie in de oppositie belanden. Dat levert verontwaardiging op. Maar het is ook een goed moment om democratie iets preciezer te nemen dan ‘wie is de grootste’.
Vaste prik na verkiezingen: “De kiezer heeft gesproken.” “De grootste partij heeft gewonnen.” En dus die moet het straks voor het zeggen hebben in het college. Alleen, dat laatste klopt niet. In een vertegenwoordigende democratie is ‘het volk’ een verzameling stemmen, verdeeld over partijen, groot en klein, die elk een deel van de samenleving vertegenwoordigen. Geen enkele partij, ook niet de grootste, kan bij voorbaat een plaats in de coalitie claimen. Besturen vraagt om een meerderheid en een meerderheid vraagt om samenwerking.
Waarom de grootste soms buitenspel staat
Uit onderzoek van Tilburg University blijkt dat in ongeveer 10 procent van de gemeenten de grootste partij niet meedoet aan de coalitie. Ruim dertig partijen per keer van links tot rechts. Als de grootste partij niet in de coalitie belandt, vliegt de verontwaardiging al snel rond met termen als buitenspel, achterkamertjes, ondemocratisch. Er zit een kern van waarheid in. Maar de oorzaak is zelden één ding. Soms is het rekenwerk, andere partijen vormen makkelijker een meerderheid zonder de grootste. Soms is het inhoudelijk, de standpunten liggen te ver uiteen. Maar het sterkst komt naar voren dat in vrijwel alle gevallen het de politieke en persoonlijke verhoudingen zijn die de doorslag geven. Niet de inhoud, maar het vertrouwen, of het gebrek daaraan. Je kunt pas samen besturen als je elkaar iets gunt. Geen van deze redenen is per definitie ondemocratisch. Wel vragen ze om uitleg.
Uitsluiten vraagt om een verhaal
Verontwaardiging over een gepasseerde grote partij raakt aan iets echts. Het gevoel dat partijen in de achterkamer de uitslag terugdraaien, los van wat de kiezer heeft uitgesproken. Als partijen vooraf al roepen “met hen praten we niet”, lijkt de formatie dichtgetimmerd voordat er één inhoudelijke zin is uitgewisseld. Mensen die massaal op een partij stemden en haar groot maakten, zien hoe die zonder serieuze verkenning werd gepasseerd. Ze trekken de conclusie dat hun stem er toch niet toe doet. Dat is geen onredelijke reactie, het is een logisch gevolg van een formatie die zichzelf niet uitlegt.
Coalitievorming hoeft niet in het openbaar, maar de uitkomst moet navolgbaar zijn. Wie is er wel bij, wie niet en waarom. Gelukkig worden in steeds meer gemeenten verkenners gevraagd voor de eerste fase na de verkiezingen. Het helpt dat de uitkomsten in het openbaar worden gedeeld.
Legitimiteit ligt bij elk gekozen raadslid
Elk gekozen raadslid vertegenwoordigt een stuk van wat er in de samenleving leeft. Niet alleen de grote fracties, niet alleen de winnaar. Elk raadslid heeft een mandaat gekregen om namens inwoners te spreken. Die stemmen zijn niet minder waard omdat ze op een kleinere partij vielen, en niet meer waard omdat ze op de grootste vielen.
De vraag bij een formatie is daarom niet: wie is de grootste en wie heeft recht op het pluche? De vraag is welke combinatie van partijen een meerderheid kan vormen, een werkbaar akkoord kan sluiten en dat uitleggen? Soms is de grootste partij daar onderdeel van. Soms niet. Wat daarna volgt is minstens even belangrijk. De oppositie heeft een even legitieme rol om te controleren, bijsturen, tegenwicht bieden. Niet als troostprijs, maar als wezenlijk onderdeel van democratie.
Het gaat niet allen over wie won. De argumenten en belangen die op tafel komen, het zorgvuldig wegen, het doorhakken van een knoop en het uitleggen. Met een coalitie die bestuurt, een oppositie die controleert en een politieke cultuur waarin stemmen iets betekent. Ook als je partij in de oppositie belandt.
Pascale Georgopoulou is oud-raadslid, oud-griffier en zelfstandig adviseur binnen de publieke zaak op het gebied van de Omgevingswet, participatie en de energietransitie.




Geef een reactie