OpinieVoordelen normalisatie rechtspositie zijn dubieus

0

Bij de zogenaamde voordelen van het normaliseren van de rechtspositie van ambtenaren zijn op zijn minst nuanceringen aan te brengen.

| Dit artikel is een herpublicatie, eerder gepubliceerd op 28 februari 2014|
Column 
Koen Vermeulen

In 2017 is het zover.  Dan is in de beeldspraak van Minister Ronald Plasterk ‘het varkentje’ – lees: de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren – gewassen. Het duurt dus nog drie jaar voordat de Ambtenarenwet verandert en op de rechtspositie van zo’n 800.000 ambtenaren, het civiele arbeidsrecht van toepassing wordt. Dit laatste wordt ook ingrijpend gewijzigd, en wel per 1 juli 2015.

Voor de personeels- en juridische afdelingen binnen de (semi-)publieke sector resteert dus zo’n twee jaar om zich voor te bereiden op de overgang van een bestuursrechtelijk systeem naar een civielrechtelijk systeem. Vooruitlopend op die invoering en rond de aanvaarding van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer, noemden de initiatiefnemers enkele voordelen van de normalisering. Enige nuance lijkt daarbij op zijn plaats.

(De)juridisering
Een van de door CDA en D66 genoemde voordelen is het einde aan de juridisering van de arbeidsverhoudingen bij de overheid. Zij zouden wel eens bedrogen uit kunnen komen. De kans is groot dat de nog te sluiten publiekrechtelijke cao’s vergelijkbare beroepsmogelijkheden zullen hebben als de huidige rechtspositieregelingen om op te komen tegen rechtspositionele maatregelen, zoals schorsing of een waarschuwing. Die “juridisering” is overigens ook te vinden in diverse markt-cao’s.

Overheidswerkgevers krijgen anders dan nu het geval is, te maken met de preventieve ontslagtoets door kantonrechter, UWV Werkbedrijf of de cao-ontslagcommissie (alleen bij bedrijfseconomisch ontslag). Bovendien geldt daarbij net als nu reeds in het ambtenarenrecht de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en cassatie. De overheidswerkgever krijgt niet met minder, maar met andere – met de markt vergelijkbare – juridisering rond procedures, zoals bij ontslag, te maken.

Kosten
De genormaliseerde ambtenaar op zijn beurt krijgt in 2017, net als de gewone werknemer, recht op de transitievergoeding. Aan de cao-tafels zal straks druk worden gerekend over de vraag hoe die transitievergoeding zich verhoudt tot de bovenwettelijke aanspraken bij ontslag. De initiatiefnemers gaan uit van “neutrale omzetting” van die bovenwettelijke uitkeringen. Aannemelijk is dat behoud van rechten ook de insteek van de onderhandelende vakbonden wordt.

De totale ontslagkosten voor de overheidswerkgever zullen door de normalisering niet lager worden. Ook al niet omdat de overheidswerkgever eigenrisicodrager blijft voor de uitkeringslasten.

Personeelsbeleid
Voorts geven de initiatiefnemers aan dat het voor overheidswerkgevers eenvoudiger is een “modern personeelsbeleid” te voeren als de ambtenaar een arbeidsovereenkomst heeft. Volgens de parlementaire geschiedenis verstaan zij daaronder een zorgvuldige dossieropbouw en ook minder hinder voor HR-afdelingen door het bestuursrecht. Ik ken private werkgevers die hun personeelsdossiers niet op orde hebben en vele civielrechtelijke uitspraken die gebrek aan dossieropbouw bestraffen (met een hoge ontslagvergoeding). En tegelijk ken ik vele overheidswerkgevers die hun zaakjes keurig op orde hebben.

Of het zo is dat zonder het bestuursrechtelijke bezwaar en beroep wel de juiste man of vrouw op de juiste plek komt en blijft, zal moeten blijken.

Mobiliteit
De genoemde cao-onderhandelingen over echte cao’s zullen leiden tot een gemeente-cao, een Rijks-cao, een provincie-cao, et cetera. Van eenvormigheid in arbeidsvoorwaarden binnen de publieke sector zal na normalisering  nog geen sprake zijn. Die realiteit heeft de Minister erkend toen hij zich bij de behandeling van de wet in 2012 geen voorstander toonde van volledige harmonisatie en centralisatie van arbeidsvoorwaarden voor alle overheidswerknemers.

Naast die onderlinge verschillen zijn er de verschillen met de markt-CAO’s. Nog daar gelaten dat deze honderden cao’s ook onderling grote (mobiliteitsbeperkende) verschillen vertonen. Hoewel die verschillen er zijn en blijven, zou een voordeel zijn dat de mobiliteit tussen werknemers en genormaliseerde ambtenaren verbetert door het enkele feit dat een ambtenaar een arbeidsovereenkomst krijgt. Hij blijft echter werken voor de overheid, voor de publieke zaak. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat de initiatiefnemers bij de Kamerbehandeling onderkenden dat het mobiliteitseffect/-voordeel niet te onderbouwen is.

Eerste Kamer aan zet
Met het voorgaande heb ik de zonder veel nuance gebrachte voordelen van normalisering in een breder kader willen plaatsen, in relatie tot de wijzigingen van het civiele ontslagrecht, en daarmee willen aangeven dat allerminst zeker is dat de normalisering leidt tot de-juridisering, tot meer mobiliteit en tot lagere ontslagkosten voor de overheidswerkgever. Het is te hopen dat de Eerste Kamerleden bij de aankomende behandeling van zowel de normalisering als de wet Werk en zekerheid hiervan een realistisch(er) beeld hebben.

_____________________________________________________________________________________________________


Koen Vermeulen is specialist op het gebied van arbeidsrelaties, zowel het privaatrechtelijke arbeidsrecht als het publiekrechtelijke ambtenarenrecht, bij GMW Advocaten.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer