Sinds de kredietcrisis van 2009 zijn de gemeentelijke investeringen teruggelopen en daarna niet meer hersteld. Terwijl de maatschappelijke opgaven juist om extra investeringen vragen, worden er opnieuw bezuinigingen op het gemeentefonds voorzien.
De investeringsruimte van gemeenten komt daarmee nog verder onder druk te staan zo wordt beschreven in een artikel op economenplatform ESB. De investeringen in wegen, riolering bij nieuwbouw, wijkvoorzieningen, infrastructuur en onderwijshuisvesting – liggen circa 40 procent lager dan in 2008, een daling van ongeveer 4,5 miljard euro. Oorzaken zijn de ingestorte vastgoedmarkt na 2009 (minder nieuwbouw, dus minder gemeentelijke investeringen in bouwrijpe grond en infrastructuur) en lagere rijksbijdragen, onder meer door het schrappen van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing en bezuinigingen op het gemeentefonds, gecombineerd met gedecentraliseerde taken met kortingen in het sociaal domein.
Renovatie-achterstand
Bij dalende inkomsten en nadruk op een sluitende exploitatie werden investeringen uitgesteld of geschrapt, om extra afschrijvings- en rentelasten te vermijden terwijl bestaande lasten aflopen. Dit leidt tot een groeiende renovatie‑ en vervangingsachterstand in infrastructuur, achterstanden in onderwijshuisvesting en een te lage woningbouwproductie, met een geschat tekort van bijna 396.000 woningen.
Tegelijk staan in de Miljoenennota 2026 nieuwe bezuinigingen op het gemeentefonds gepland. In totaal gaat het om 2,7 miljard euro aan lagere rijksbijdragen.
In 2024 investeerden gemeenten gemiddeld 408 euro per inwoner, maar voor 2025–2030 zakt de gemiddelde investeringsruimte naar circa 239 euro per inwoner; de mediaan ligt op 226 euro. Slechts 53 van de 342 gemeenten komen boven het niveau van 2024 uit. Als een “normaal” niveau wordt gedefinieerd als 563 euro per inwoner (het niveau vóór 2009, op basis van een investeringsachterstand van 38 procent), halen slechts twintig gemeenten dit.
Zonder aanvullende rijksmiddelen kan het merendeel van de gemeenten de noodzakelijke investeringsopgaven niet waarmaken is de conclusie.



Geef een reactie