De Europese Commissie stelt ingrijpende wijzigingen voor in de EU-wetgeving rond voedsel- en voederveiligheid. Het tiende omnibuspakket raakt niet alleen aan bedrijven en boeren, maar ook aan de verantwoordelijkheden van gemeenten, waterschappen en provincies.
Het Kenniscentrum Europa Decentraal geeft een overzicht van de voorgestelde wijzigingen. Het pakket omvat voorstellen tot wijziging van ten minste tien verordeningen en twee richtlijnen. De Commissie richt zich op vereenvoudiging van de regels rondom gewasbeschermingsmiddelen, pesticiden, biociden en biocontrol-middelen. Zo versnelt het pakket toelatingsprocedures en verlaagt het de administratieve lasten voor ondernemingen. De Commissie stelt nadrukkelijk dat de nieuwe regels de Europese gezondheids- en milieustandaarden niet verslechteren.
Belangrijkste wijzigingen voor gewasbeschermingsmiddelen
Onder de huidige wetgeving geldt voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen een maximale goedkeuringstermijn van doorgaans tien tot vijftien jaar. Het voorstel schrapt deze vaste termijn: goedgekeurde stoffen blijven in principe onbeperkt op de markt. Lidstaten moeten zelf om herziening vragen als nieuwe wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven.
Verder verlengt het pakket de uitfaseringstermijn van middelen, tenzij er sprake is van ernstige risico’s. Biocontrol-middelen, die vaak minder schadelijk zijn voor mens en milieu dan chemische middelen, krijgen sneller toegang tot de markt. Ook versoepelt het voorstel de wederzijdse erkenning tussen lidstaten en vervalt voor professionals de verplichting om gebruiksgegevens bij te houden.
Gevolgen voor gemeenten, waterschappen en provincies
De wijzigingen hebben invloed op de werkzaamheden van decentrale overheden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met gezondheids- en milieurisico’s voor omwonenden. De Raad van State oordeelde in april 2025 dat gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen een natuurvergunning nodig hebben wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Waterschappen moeten de normen van de Kaderrichtlijn Water naleven, terwijl provincies onder de Omgevingswet maatregelen treffen voor Natura 2000-gebieden conform de Vogel- en Habitatrichtlijn.
Het Europees Parlement en de Raad van de EU behandelen de voorstellen de komende maanden via de gewone wetgevingsprocedure. Decentrale overheden doen er goed aan nu al in kaart te brengen hoe hun bestaande verplichtingen op het gebied van gezondheid en milieu zich verhouden tot de uitkomsten van deze wetswijzigingen.



Geef een reactie