Groen in de stad is geen luxe of kostenpost, maar een strategische investering in de toekomst. Dat zegt econoom Helen Toxopeus van Universiteit Utrecht. Haar onderzoek laat zien hoe stedelijke natuur bijdraagt aan klimaatadaptatie, gezondheid, sociale samenhang en economische waarde.
Waarom stedelijk groen hard nodig is
In 2050 woont naar verwachting 70 procent van de wereldbevolking in steden, terwijl hitte, wateroverlast en extreem weer toenemen. Stedelijke natuur helpt aantoonbaar tegen hittestress en watertekort en versterkt biodiversiteit, gezondheid, leefbaarheid en sociale cohesie. Een groen plein of park maakt vooral in dichtbebouwde wijken een groot verschil, juist waar de gevolgen van klimaatverandering het hardst worden gevoeld.
Een concreet voorbeeld is het aanleggen van groene daken: ze koelen gebouwen, beschermen tegen uv-straling en gaan langer mee dan bitumendaken. Ook het versmallen van een drukke verkeersstraat van twee naar één rijstrook en de vrijgekomen ruimte gebruiken voor bomen en plantvakken levert veel op: verkoeling, opvang van regenwater, meer insecten en meer fietsers en wandelaars. Zo worden klimaatwinst, verkeersveiligheid en gezondheid gecombineerd.
Wie betaalt voor groen?
Toxopeus onderzoekt hoe meerdere partijen samen kunnen investeren in natuur in en om de stad: bewoners, gemeenten, verzekeraars, bedrijven en fondsen. Ze analyseerde met collega’s duizend voorbeelden van stedelijke natuurprojecten uit de Urban Nature Atlas om te achterhalen wie voor wat betaalt. Via internationale projecten, zoals een HORIZON-programma, werkt ze aan richtlijnen voor cofinanciering van bomen en andere nature-based solutions in steden, die als input dienen voor een IPCC-rapport over steden.
Volgens haar zijn er grofweg drie redenen om in stedelijk groen te investeren. Het verlagen van klimaatriscio’s biedt kansen om op een risicovolle plek voor de langere termijn gunstig te bouwen. Bij bouwen binnen de stad kan door meer natuur de vastgoedwaarde hoger worden. En door het verplaatsen van bebouwing (urban offsetting) wordt nieuwe bebouwing op de ene plek gecompenseerd met extra natuur elders.
Groen, rechtvaardigheid en gentrificatie
Toxopeus koppelt economie nadrukkelijk aan rechtvaardigheid. Door haar jeugd in landen met zowel prachtige natuur als zichtbare armoede raakte ze gefascineerd door de ongelijkheid in welvaart en de rol van natuur daarin. In haar onderzoek kijkt ze daarom niet alleen naar rendement, maar ook naar de vraag wie profiteert van vergroening en wie mogelijk wordt verdrongen.
Wanneer een versteende wijk groener en aantrekkelijker wordt, stijgen vaak de huren en kunnen juist kwetsbare bewoners er niet blijven wonen. Toxopeus benadrukt dat dit spanningsveld tussen klimaatbeleid, woningmarkt en sociale rechtvaardigheid geen simpele oplossingen kent, maar wel expliciet meegenomen moet worden in beleid.



Geef een reactie