Vijf aanbevelingen voor Omgevingswet

0

Wie de veiligheid en gezondheid van inwoners serieus neemt, kan vandaag nog aan de slag met aanbevelingen. “De huidige normen houden geen rekening met een opeenstapeling van risico’s, terwijl die zich in de praktijk wel voordoet.”

De vijf aanbevelingen komen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) van het ministerie van VWS. “In 2018 moet de nieuwe Omgevingswet van kracht worden”, geeft het RIVM als de aanleiding voor zijn analyse van wet. “In de ondersteuning van dit wetgevingsproces heeft het RIVM een groot aantal milieunormen op een rij gezet en de normen geëvalueerd.”

Door steeds scherpere normen zijn de risico’s in Nederland steeds verder beperkt, begint het rapport Gezondheid en veiligheid in de Omgevingswet. “Wel blijkt dat het geheel van normen ingewikkeld is”, stelt het RIVM.

“Er kan niet snel inzichtelijk worden gemaakt hoe de normen eraan bijdragen dat deze doelen worden behaald. Dit komt enerzijds omdat er geen eenduidig praktijkgericht beeld is van wat we onder gezondheid en veiligheid verstaan. Anderzijds doordat normen op uiteenlopende manieren zijn bepaald en op verschillende manieren worden gebruikt. De normen houden bovendien geen rekening met een opeenstapeling van risico’s, terwijl die zich in de praktijk wel voordoet.”

Het rapport besluit de volgende vijf aanbevelingen:

  1. “Maak normen, de doelen die zij helpen beschermen, hun achtergronden en afleiding, het beschermingsniveau en de consequenties van normoverschrijding voor beslissers en stakeholders toegankelijk en inzichtelijk. Met een website, bijvoorbeeld.
  2. Blijf investeren in de actualisering van normen op basis van wetenschappelijke kennis. Bezie hoe gekomen kan worden tot enige stroomlijning in het normen bouwwerk. Vergroting van inzicht in cumulatie van effecten van verschillende stressfactoren kan beleidsmakers helpen gezondheid een stevige plaats te geven in het omgevingsbeleid. Combineer in de Omgevingswet de werking van normen met de sturende werking van doelstellingen.
  3. Leg de ontwikkelde milieugezondheidsrisico-indicator (het MGR- scoringsinstrument) ter beoordeling voor aan de Gezondheidsraad, waarmee het wetenschappelijk draagvlak kan worden gepeild. Doe actief ervaring op met dit instrument in praktijksituaties. Onderzoek op korte termijn hoe de werking van het instrument kan worden verbreed en bijvoorbeeld kan worden gekoppeld aan interactieve tools die kunnen worden gebruikt bij inspraakprocessen voor visie- en planvorming.
  4. Pas bestaande handreikingen en instrumenten (zoals het beoordelingskader Gezondheid en Milieu, al dan niet in combinatie met MKBA of MCA) systematisch(er) toe en evalueer de resultaten. Verbeter waar mogelijk instrumenten als MKBA en MCA. Expliciteer de doelmatigheid van (voorgenomen) maatregelen.
  5. Ontwikkel een praktische handreiking ter beoordeling van situaties waarvoor normen ontbreken en besteed daarbij ook aandacht aan voorzorgbenaderingen ter ondersteuning van beleidsmakers en stakeholders in hun aanpak van onzekere risicovraagstukken. Ga daarbij expliciet in op proportionaliteit van maatregelen.”

De conclusies en uitgebreider aanbevelingen zijn natuurlijk in het rapport te vinden. Meer weten. Bekijk hier de toelichting op de kerninstrumenten in de Omgevingswet>>

[([002_529_rb-image-1686418.jpeg])]

Eerder verschenen:

Risico-regelreflex juist gevaarlijk bij Omgevingswet>>

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer