Jaarlijks zijn minimaal 7750 sociale huurwoningen nodig voor mensen met psychische problemen die uitstromen uit de geestelijke gezondheidszorg of terugkeren uit detentie. Dat blijkt uit berekeningen die zijn uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse ggz.
Volgens de brancheorganisatie lopen juist deze groepen vast op de woningmarkt. Net als andere woningzoekenden en statushouders moeten mensen met psychische klachten vaak langdurig wachten op een zelfstandige woning, terwijl zij regelmatig urgentie zouden moeten krijgen. Uit eerder onderzoek bleek al dat binnen ggz-instellingen 64 procent van de cliënten langer dan een jaar wacht op een eigen woonplek.
Grootste knelpunten
De Nederlandse ggz heeft nu in kaart laten brengen waar de grootste knelpunten liggen. Daarbij gaat het om schattingen van de woningbehoefte van verschillende zogenoemde aandachtsgroepen. Voor mensen die beschermd wonen en doorgaans na ongeveer twee jaar uitstromen, zijn jaarlijks ongeveer 4000 sociale huurwoningen nodig. Daarnaast is er behoefte aan circa 2000 woningen voor mensen met psychische problemen die uit detentie komen. Voor cliënten die uitstromen uit een ggz-instelling zijn naar schatting jaarlijks nog eens 1750 woningen nodig.
Daarbovenop komt volgens de brancheorganisatie nog de woningvraag van jongeren en van tienduizenden dak- en thuisloze mensen die momenteel in de opvang verblijven. Ook voor deze groepen ontbreekt vaak passende huisvesting, al zijn exacte aantallen niet beschikbaar.
Vooral voor mensen uit beschermd wonen en ex-gedetineerden met psychische problemen is het tekort groot. In 2023 kregen bijvoorbeeld slechts 1320 mensen die uit beschermd wonen kwamen binnen een jaar een huurwoning toegewezen.
Directe gevolgen
De Nederlandse ggz waarschuwt dat het gebrek aan passende huisvesting directe gevolgen heeft voor het herstel van cliënten. Wanneer mensen na behandeling of begeleiding niet kunnen doorstromen naar een zelfstandige woning, komt hun herstelproces volgens de organisatie stil te staan. Voorzitter Ruth Peetoom benadrukt dat het voor deze mensen lastig wordt om weer deel te nemen aan het gewone maatschappelijke leven, terwijl zij daar vaak wel klaar voor zijn.
De brancheorganisatie wil daarom samen met gemeenten en woningcorporaties betere afspraken maken over de huisvesting van deze groepen. Daarbij verwijst zij ook naar nieuwe wetgeving die per 1 juli in werking moet treden en die gemeenten meer verplichtingen geeft bij de huisvesting van aandachtsgroepen.




Geef een reactie