De Afdeling bestuursrechtspraak blijft in ieder geval tot de zomer van 2027 voorrang geven aan de behandeling van woningbouwzaken. Sinds de zomer van 2024 krijgen deze zaken al prioriteit boven andere procedures binnen het omgevingsrecht. In die periode zijn meer dan 470 woningbouwprojecten versneld behandeld, goed voor circa 96.000 woningen.
Gezien deze resultaten en het grote maatschappelijke belang van woningbouw, heeft de Afdeling besloten deze werkwijze voort te zetten. Nu de meeste zeer omvangrijke projecten zijn afgerond, ontstaat er bovendien ruimte om ook andere, vaak oudere, omgevingszaken op te pakken. Ook in die dossiers is er behoefte aan duidelijkheid.
Aanzienlijke tijdwinst
In de eerste anderhalf jaar lag de nadruk vooral op grootschalige woningbouwprojecten, met vaak enkele duizenden woningen per project. In het afgelopen jaar zijn juist meer kleinere projecten versneld behandeld, doorgaans met een omvang van 20 tot 100 woningen.
Door de voorrang hoeven woningbouwzaken niet te wachten op hun reguliere behandeling. Dit levert aanzienlijke tijdwinst op. Gemiddeld duurde de totale procedure – van binnenkomst tot uitspraak – ongeveer één jaar. Dat is beduidend korter dan bij andere omgevingszaken.
Aanvankelijk was het plan om woningbouwzaken maar één jaar voorrang te geven. “Het is nog steeds een maatschappelijk belangrijke kwestie waaraan wij graag ons steentje bijdragen”, motiveert Rosa Uylenburg (voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak) de keuze om dit nu voor de tweede keer te verlengen. Hierdoor hebben andere omgevingszaken, bijvoorbeeld over hotels en industrieterreinen, een langere doorlooptijd.
In de politiek wordt met enige regelmaat geopperd om mogelijkheden te schrappen om beroepsprocedures te beginnen. Dat zou inderdaad tijd schelen, beaamt Uylenburg tijdens een persbriefing. “Minder beroep is minder werk. Dus heel kort gezegd: ja. Maar ik maak me daar wel echt zorgen over.” Ze vreest dat dat ten koste gaat van de rechtsbescherming.



Geef een reactie