Jeugdzorg: van ivoren toren naar keukentafel

6

“Je kan jarenlang angstig en teruggetrokken in het gemeentehuis praten over taken en budgetten, maar vanuit de zorgverlening denken wij: doe wat.” Oud-gemeentesecretaris en huidig zorgbestuurder Erik Gerritsen geeft adviezen.

Gerritsen, Bestuursvoorzitter van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam is spreker bij het Congres integrale Jeugdzorg. “Een gezin, een plan, daar zijn we het wel over eens”, stelt Gerritsen. “De vraag is hoe we van dit idee naar de uitvoering gaan. Er is aandacht voor de inhoud en hoe je bestuurt, maar het gaat uiteindelijk wel om de praktijk. Het is niet de bedoeling dat een gezin weer zeven keer wordt benaderd door verschillende hulpverleners.”

Ergo, hoe dan? “Leer ons kennen”, is het antwoord. “Door directe kennisoverdracht leer je maar 10 procent, door mee te kijken nog eens 20 procent. De rest leer je door het zelf te doen. Als je dan kijkt naar de praktijk van overheveling van deze taak, en ik ben de grootste voorstander van de transitie van de Jeugdzorg naar de lokale overheid, dan zie je toch dat veel gemeenten vanuit de ivoren toren naar het veld kijken.”

Op huisbezoek
De bestuursvoorzitter stelt dat gemeenteambtenaren naar huisbezoeken moeten om te zien wat een multiprobleemgezin is. “Als je dat als gemeente niet hebt gedaan, kan je de taak beter uitbesteden aan mensen die er wel verstand van hebben.”

Maak leeromgevingen, is het advies. “Laat professionals weten dat je dit met ze gaat organiseren en dat het bijna altijd gaat om complexe problemen. Dus één hulpverlener, vergeet het maar. Een vader met een alcoholprobleem, een moeder met een borderline-stoornis, een kind dat licht verstandelijk gehandicapt is en dat hele gezin heeft schulden. Dat lost één professional niet op, maar dat hoeft ook niet.”

Het is volgens Gerritsen de bedoeling dat je er als gemeente voor zorgt dat verschillende disciplines goed samenwerken. “Het begint er al mee dat al die verschillende hulpverleners het doel voor ogen houden en begrip krijgen voor elkaar. Dat moet je dus faciliteren.”

Regie
“In Amsterdam werkt de gezinsmanager als regisseur van al de partijen die nodig zijn om het gezin te helpen”, weet de bestuursvoorzitter uit de praktijk. “Mooi verhaal, zeggen mensen misschien, maar je ziet in de cijfers terug dat het werkt. Twintig procent minder uithuisplaatsingen, bijvoorbeeld. Het idee van een gezin, een plan werkt dan ook alleen als je dit vanuit de uitvoering organiseert.”

De mensen die het werk doen, moeten de oplossing bedenken. “Als gemeentesecretaris heb ik dit wel eens fout gedaan”, erkent de vroegere secretaris van Amsterdam. “Ik had een concept en dat wilde ik uitgerold zien, maar je moet de professionals zelf de oplossing laten bedenken. Het moet vanuit de leefwereld komen. Dan heb je een duurzame oplossing.”

Je leert het probleem pas kennen wanneer je begint met oplossen, is het devies. “Je kan jarenlang angstig en teruggetrokken in het gemeenthuis praten over taken en budgetten, maar vanuit de zorgverlening denken wij: doe wat. Ja, die korting van het kabinet is vervelend, maar het bespaarpotentieel is veel groter.”

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

6 reacties

  1. Drs. N.J.M.Mul op

    Geachte heer van Wijk,
    Uw laatste 4 regels zijn misschien het belangrijkst, waarbij de allerlaatste er met kop en schouders bovenuit steekt ‘…het bespaarpotentieel is veel groter’.
    Goede hulp begint met vertrouwen en respect. Als men nu de jeugdzorg toch naar de gemeenten gaat eens begint met éérst respect en vertrouwen van de hulpzoekende te winnen in plaats van de ideeën van E.G. over ‘regisseurs’ en ‘ouder-kind-adviseurs’ en ‘wijkteams’ (Rotterdam) over te nemen maar begint dus met ouders te vragen welke hulp zij WILLEN!
    U zal zien dat men vaak zeer tevreden is met een voudige hulp thuis, die eventueel gegeven kan worden door vrijwilligers, ook ouders, op ouder-ouder niveau zoals bij ‘Home Start’ en dergelijken. Bij kind-gerelateerde problematiek zou men ook ouders rechtstreeks of via de huisarts toegang kunnen geven tot échte deskundigen als kinderpsycholoog of kinder-psychiater. Deze laatsten worden in de nieuwe wetgeving buitengesloten: dat mag alleen na oordeel van de ‘gecertificeerde instelling’ en NIET na verwijzing door een huisarts….(artsen, mij incluis, vinden dit schandalig: de toegang tot (medische)zorg wordt bepaald door HBO-ers die niet beëdigd of diagnostisch bevoegd zijn…!)
    Mijn besparingsidee, dat zelfs ook gedragen wordt door hoogleraren als prof. van Acker: doe dat hele BJZ WEG en geef ouders het voortouw, LUISTER naar ouders en geef deze rechtstreeks toegang tot échte deskundigen!

    Drs. N.J.M.Mul

  2. Deskundige Jeugdzorg op

    – Ondanks alle klachten van ouders, de Inspectie en de rekenkamer, doet Gerritsen niets anders dan aan zijn imago werken. Hij schrijft columns, laat zich als de adviseur voor gemeenten interviewen, treedt op in de media en netwerkt zich suf als spreker op congressen over de transitie. Het is de grote Erik Gerritsen-show die niets te maken heeft met belangen van ouders, kinderen, belastingbetalers en gemeenten.

    Er zijn andere bestuurders die ook een ambtelijke achtergrond hebben, zoals Jan Dirk Sprokkereef. Deze man heeft niet zoveel schandalen op zijn naam, is betrokken bij kinderen want zelf ook pleegouder. Dat is van een heel ander kaliber en veel integerder en bovendien met veel meer kennis van de jeugdzorg. Want Gerritsen is net nieuw in deze branche en weet inhoudelijk niets, Sprokkereef wel.

    Maar misschien nog wel beter is Rene Clarijs, hoofdredacteur van het blad ‘Jeugdbeleid’ en auteur van diverse boeken over jeugdzorgbeleid. Hij waarschuwt gemeenten ook vooral de risico’s voor henzelf heel goed in kaart te brengen en heeft daar ook in Jeugdbeleid uitgebreid over geschreven. Daar hebben gemeenten veel meer aan dan aan de reclamepraatjes van Gerritsen en de jeugdzorgindustrie (Gerritsen is nauw verbonden aan de jeugdzorglobby van Jeugdzorg Nederland)

  3. Deskundige Jeugdzorg op

    (deel 2 van reactie)
    – Er is een enorm klachtenprobleem over Bureau Jeugdzorg Amsterdam en de Inspectie Jeugdzorg houdt ook voortdurend extra toezicht. Zo blijken de rapportages veel foute informatie te bevatten waardoor ouders en kinderen rechteloos zijn en voor het leven beschadigd worden. Omdat er op basis van die foute informatie wel kinderen uit huis worden geplaatst, of men mishandelde kinderen juist mist. Daar let de inspectie nu op, in 2011 was het basisproduct van BJAA nog volstrekt niet orde, kinderen waar men voor moest zorgen en op moest letten en waar men voor betaald kreeg, konden totaal niet op veiligheid rekenen.

    – Geld dat BJAA van de gemeente wil hebben om wachtlijsten te bestrijden, komt niet aan bij de kinderen maar verdwijnt in de kas van BJAA. Ook daar heeft de rekenkamer in Amsterdam over aan de bel getrokken (opvolgingsonderzoek januari 20120

    – Erik Gerritsen is omstreden. Dat was ook al zo toen hij nog gemeentesecretaris was, hij werd beschuldigd van verhalen en informatie zo draaien dat het hem uit kwam. Van het manipuleren van Informatie. Zie http://www.rekenkamer.amsterdam.nl/afgerond-onderzoek/gemeentelijke-regie-in-het-jeugddomein/ Daarna is hij op een zijspoor gekomen en toen er een bestuurder nodig was in de jeugdzorg, daar maar geplaatst. Maar ook in de jeugdzorg komt dit terug: verhalen vertellen en informatie geven die niet klopt. Niet eerlijk is, maar vooral in het voordeel van Gerritsen zelf.

  4. Deskundige Jeugdzorg op

    Deel 1 van reactie

    Belangrijke redenen om vooral niet Erik Gerritsen en bureau Jeugdzorg Amsterdam als voorbeeld te nemen:

    – Anders dan Gerritsen beweert, is er helemaal niets verbeterd onder zijn leiding in de Amsterdamse jeugdzorg. Daarover heeft de Amsterdamse Rekenkamer net een onderzoek uitgebracht: http://www.rekenkamer.amsterdam.nl/afgerond-onderzoek/gemeentelijke-regie-in-het-jeugddomein/

    – Gerritsen beweert zelf wel succes te hebben, omdat er zogenaamd veel minder ‘dwang’ is. Dwanghulp zijn voogdijmaatregelen (bv OTS) en uithuisplaatsingen. Dat is inderdaad iets minder geworden maar dat komt omdat de dreiging daarvan heel sterk is geworden. Als ouders tegenwoordig niet meewerken aan ‘vrijwillige hulp’ dan komt er een OTS of UHP. Jeugdzorg kan dus zoveel vrijwillige hulp verkopen als men wil en dat heet dan ‘drang’. Kortom, drang is hetzelfde als dwang behalve dat Bureau Jeugdzorg Amsterdam er ook nog eens zoveel van kan opleggen en verkopen als het zelf wil. Men kan de klant immers dwingen die hulp af te nemen. Om die reden wordt de jeugdzorg in Amsterdam ook duurder en heeft Gerritsen weer wachtlijsten ingesteld als hij niet meer geld krijgt. Bepaald geen aantrekkelijk voorbeeld voor gemeenten dus.

  5. even voor de helderheid: de centrale overheid heeft decennia lnag nagelaten om te investeren in de kwaliteit van de jeugdhulpverlening, later de jeugdzorg. Als ‘moeilijke’ kinderen maar een dak boven hun hoofd hadden is het goed en van ‘moeilijke’ ouders had men nog nooit gehoord. De proviciale overheid is daarna jarenlang primair verantwoordelijk geweest voor een deel van de jeugdzorg, maar eerlijk gezegd: de provincies en regionale verbanden hebben nooit goed grip kunnen krijgen op deze sector. Voorbeeld: de Bjz’s hebben nooit het kwaliteitsniveau behaald wat wel ingezet is door wetgeving en door de provinciale aansturing.
    En nu….de gemeente neemt het stokje over…haha…een herhaling van zetten, want ook de gemeente zal niet zomaar haar regierol ten volste kunnen vervullen. Maar wat mij betreft mag zij hier 5 jaar na invoering van de Jeugdwet voor uittrekken. In de tussentijd vallen er zeker gaten en ook slachtoffers…zowel aan de kant van de doelgroep als ook aan de kant van de professionals.
    Als we dat nou van elkaar weten, hoeven we ook minder krampachtig te doen.
    We moeten echter niet vergeten dat de doelgroep niet gemakkelijk is en dat hun hulpvraag ingewikkeld is. Cliëntparticipatie, medezeggenschap…etc. prachtige begrippen. Maar als je goed leest worden deze termen alleen maar gebruikt in het licht van verminderde inzet van middelen en gelden in de jeugdzorg. Dat deze kwesties de basis is van een goede hulpverleningscontact lijkt ondergschikt geraakt.

Reageer