Ontwikkelingen na decentralisatie sociaal domein

0

In huishoudens met problematische schulden komt het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein tweeënhalf keer zo vaak voor als bij huishoudens zonder. Tussen 2015 en 2016 nam de hulp die mensen in de Wmo krijgen van een beroepskracht af en raadsleden hebben te weinig tijd, kennis en vaardigheden om hun taken goed uit te kunnen voeren. Dit zijn enkele van de belangrijkste conclusies uit de Overall rapportage sociaal domein 2016.

De publicatie Overall rapportage sociaal domein 2016. Burgers (de)centraal van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) geeft inzicht in de ontwikkelingen in het gedecentraliseerde sociaal domein. Nog een aantal belangrijke conclusies:

  • Die afname van hulp door beroepskrachten wordt niet opgevangen in het eigen netwerk. Onduidelijk is óf en hoe mensen dit opgelost hebben. De in 2016 onderzochte gemeenten streven ernaar meer taken vaker te laten doen door vrijwilligers.
  • In ongeveer 40 procent van de onderzochte gemeenten is het volgens griffiers voor gemeenteraadsleden moeilijk om over voldoende tijd te beschikken voor de taakuitvoering. In ongeveer 1 op de 10 deelnemende gemeenten geven griffiers aan dat gemeenteraadsleden over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikken.
  • Gemeenten hebben een beperkte, maar groeiende invloed op de toegang tot de jeugdhulp. In 2016 kwam ongeveer een kwart van de jeugdhulp via de gemeentelijke toegang tot stand, ongeveer de helft via de (huis)arts en het overige kwart op andere wijze, waaronder via de kinderrechter. De betrokkenheid van de gemeente bij de instroom in de jeugdhulp is verdubbeld van 14 procent in de eerste helft van 2015 naar ruim 28 procent in de tweede helft van 2016.
  • In 2015 maakten 1,6 miljoen mensen gebruik van een individuele voorziening. Hiervan gebruikt ongeveer de helft een participatievoorziening, 40 procent maatschappelijke ondersteuning en 21 procent jeugdzorg. Daarnaast zijn er nog circa 450.000 mensen die alleen gebruikmaken van vervoersdiensten zoals buurtbus en regiotaxi.
  • De meeste huishoudens gebruiken individuele voorzieningen uit één sector, 11 procent van de 1,4 miljoen gebruikende huishoudens combineert voorzieningen uit verschillende sectoren. Dit gaat dan meestal om een combinatie van participatievoorzieningen en maatschappelijke ondersteuning (6,5 procent), of participatie en jeugdzorg (2,7 procent).
  • Tussen 2015 en 2016 is de kwaliteit van leven van mensen met een maatwerkvoorziening in het sociaal domein gelijk gebleven. Er is ook een stabiel beeld bij de mate van kwetsbaarheid, probleemcumulatie, redzaamheid en maatschappelijke participatie. Wel is de emotionele eenzaamheid onder mensen in de Wmo in 2016 iets groter dan in 2015.
  • Er is nog geen sluitende aanpak voor de overgang van 18 min naar 18 plus. De zorgcontinuïteit komt daarmee in de knel. Regelingen sluiten nog niet goed op elkaar aan en er is een gebrek aan specifieke woonvoorzieningen zoals begeleid wonen.
  • Samenwerking tussen gemeenten kan bijdragen aan het behalen van doelstellingen, maar loopt soms nog stroef. Oorzaken zijn verschillen tussen gemeenten in de visie op de inrichting en uitvoering van het sociaal domein en het transformatietempo. Volgens griffiers zijn raadsleden in iets meer dan de helft van de gemeenten nog zoekende hoe zij hun taken goed uit kunnen voeren bij samenwerking.

Transitie afgerond

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken bood het rapport aan de Tweede Kamer aan. “Gevoegd bij de talrijke andere signalen over het sociaal domein ontstaat het beeld dat de transitie is afgerond, maar dat er ook nog veel tijd en aandacht nodig is voor de verdere ontwikkeling,” is haar belangrijkste conclusie over het rapport. “Het gaat het kabinet en de gemeenten er om dat de praktijk voor mensen merkbaar beter wordt. De stand van zaken van het sociaal domein bevestigt daarnaast het belang dat het Rijk en gemeenten gezamenlijk blijven optrekken op de voor het sociaal domein belangrijke thema’s, bijvoorbeeld in de door het vorige kabinet ingestelde brede regietafel sociaal domein met de decentrale overheden”.

Landelijk beeld

Ook zegt Ollongren dat de SCP-rapportage een bijdrage levert aan het verkrijgen van een landelijk beeld van de stand van zaken van het sociaal domein. Iets wat ook VNG aanstipt. “In het vervolg willen VNG, gemeenten en Rijk de verantwoording van het sociaal domein lokaal gaan organiseren. Dat het SCP hieraan deelneemt, is een goede zaak. Het algemene beeld is dat inrichting en uitvoering van het sociaal domein bij gemeenten in goede handen zijn. Wel constateert het SCP enkele verbeterpunten. Zo komen gemeenten volgens geïnterviewde betrokkenen nog te weinig toe aan een goede inzet van preventie, en daarmee aan de gewenste verschuiving van zware naar lichte zorg,” aldus VNG in een reactie op het rapport.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer