OpinieOpvanglocatie? Zo beslis je dat

1

Steun van het COA ontbreekt en de druk van het Rijk is (te) groot. Maar doe als geen gemeente niet mee aan paniekvoetbal.


– door Luc Dietz



Afgelopen zaterdag werd de burgemeester van Geldermalsen geïnterviewd over het drama tijdens de laatste gemeenteraadsvergadering. Buiten sloegen burgers de boel kort en klein, de ME moest er aan te pas komen, waarschuwingsschoten werden gelost en de mensen in het gemeentehuis moesten een veilig heenkomen zoeken. In het interview in het AD werd mij één ding duidelijk: lokaal bestuurders zijn veelal niet opgewassen tegen dit soort kwesties, worden nauwelijks ondersteund en voelen zich gedwongen procedures aan de kant te schuiven om mee te werken aan het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk. De burgemeester zei dat ook met zoveel woorden: we dachten dat we het konden…

Rolverdeling

Als eerste even de rollen op een rij. We beginnen bij de minister van Buitenlandse Zaken die namens Nederland gevraagd wordt een bijdrage te leveren aan het Europese vluchtelingenvraagstuk. Het kabinet besluit daarover en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie voert dat besluit uit. De Tweede Kamer controleert het kabinet, maar als de nood aan de man is, gebeurt dat altijd achteraf; het besluit tot opvang al dan in niet Europees verband, is dan genomen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) als uitvoeringsorganisatie. Deze organisatie is belast met de zoektocht naar geschikte locaties en voor de uitvoer van de opvang. Dit overigens tot twee weken nadat een asielzoeker zogenaamde statushouder wordt en dan eigenlijk gewoon inwoner van Nederland geworden is. Vanaf dat moment is het aan gemeenten om voor geschikte huisvesting te zorgen.

In normale omstandigheden kan het COA gemeenten prima ondersteunen bij hun rol in het zoeken naar locaties, doorlopen van de juiste procedures en communicatie naar de omgeving/bevolking. Nu de nood echter zo hoog is en allerlei tijdelijke/crisisopvang georganiseerd moet worden, lopen de radertjes van het COA vast en staan gemeenten er veel meer alleen voor. De druk die men als gemeente ervaart wordt nog eens versterkt door een landelijk akkoord tussen rijk, provincies en gemeenten over wie hoeveel vluchtelingen opvangt.

Bij een gemeente zijn verschillende mensen betrokken. Vaak is de burgemeester betrokken vanwege het crisisgehalte van de (nood)opvang, verder de wethouder die verantwoordelijk is voor sociale zaken/maatschappelijk werk, de wethouder van ruimtelijke ordening voor zoeken naar locaties en dan vaak nog bijvoorbeeld een wethouder sport als het gaat om een opvang in een sporthal. Ambtelijk is er normaal gesproken niet zoveel aan de hand, behalve wanneer het COA de toestroom niet aan kan en de steun aan gemeenten niet kan leveren. De gemeenteraad moet het College van burgemeester en wethouders controleren, maar krijgt niet altijd de kans er lang genoeg over te praten, omdat die tijd ze niet gegeven wordt.

Wat gaat er mis

Oké, nu we weten hoe de rollen verdeeld, zijn, zien we nu dat er een paar zaken misgaan:

  1. De gebrekkige steun van het COA en daarmee het Rijk aan gemeenten stelt gemeentebesturen voor schier onmogelijke opgaven, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
  2. De druk vanuit het Rijk, verpakt in de overeenkomst tussen Rijk, provincies en gemeenten, is zo hoog dat gemeentebesturen zich gedwongen voelen procedures in te korten of gewoon helemaal aan de kant te schuiven.

Als eerste de steun vanuit het Rijk via het COA. Je mag van ambtenaren bij gemeenten van alles verwachten, ook in crisissituaties, maar niet dat men een zo grote toestroom aan vluchtelingen zelf wel even oplost. Grote gemeenten hebben wellicht de mogelijkheid om mensen hiervoor vrij te maken, kleine gemeenten niet. Dan kan je wel zeggen dat gemeenten geld krijgen om dit op te lossen, maar geld betekent nog niet direct dat je de goede mensen kunt oplijnen om iets te doen wat je eigenlijk nog nooit gedaan hebt. We zien allerlei voorbeelden van ambtenaren die in de kramp schieten en daarmee de problemen bestuurlijk vergroten omdat gemeenten als ze A gezegd hebben, ook B moeten zeggen; er is vaak geen weg terug, al is het maar omdat dan de ene of de andere kant ‘gewonnen’ heeft.

Het tweede punt is om twee redenen lastig. Het zomaar bestemmen van een weiland voor de opvang, terwijl andere partijen eerder al zonder succes gevraagd hebben iets anders op dat weiland te mogen doen, levert een politiek en publiek probleem op. Waarom nu wel voor dit doel en eerder niet voor een doel waar de burgers wellicht zelfs wel dichterbij staan? De tweede reden is dat je met het verkorte of passeren van procedures, tegenstanders heel makkelijk extra en buitengewoon valide argumenten in handen geeft om er tegen te zijn of het tegen te kunnen houden.

Speel geen paniekvoetbal

Ik denk dus dat je wat nu in Geldermalsen gebeurd is, in iedere gemeente kunt verwachten. En dat je die gemeenten daar niet verantwoordelijk voor kunt houden. Het Rijk moet veel meer aan de lat staan om gemeenten die willen meewerken aan opvang, bij te staan. Verder denk ik dat je nu moet leren van deze hoos vluchtelingen en de asielzoekerscentra die je nu creëert niet te snel weer aan de kant schuift als ze weer leeg komen te staan. Zorg gewoon dat je per regio een aantal locaties aangewezen hebt die hiervoor gebruikt kunnen worden. Denk vooruit, dat voorkomt paniekvoetbal.

Sta je als gemeente toch aan de lat voor de opvang van vluchtelingen of statushouders, let dan op het volgende:

  1. Zorg voor een stevig team van ervaren mensen die dit vaker gedaan hebben en laat andere mensen daarvan leren voor een volgende keer.
  2. Hou de rollen in de gaten: het Rijk vraagt iets aan jouw gemeenschap, zorg dat je namens die gemeenschap antwoord en niet namens het Rijk richting jouw gemeenschap.
  3. Haastige spoed is zelden goed: iedereen kan op z’n kop staan, neem toch de tijd die nodig is en zorg voor een ordentelijk proces. Ook al neem je dan uiteindelijk een besluit waar niet iedereen het mee eens is, het proces is dan wel goed geweest.
  4. Wees transparant, communiceer open, ga naar de mensen toe en doe dit allemaal ook al voordat de Raad aan zet is. Eigenlijk zoals dat ook gebeurt voordat een bestemmingsplan(wijziging) in behandeling genomen wordt.
  5. Draagvlak ontstaat door goede communicatie, niet door rookgordijnen, jargon, vage procedures en wegduikgedrag.

Is dit een garantie dat je een opvanglocatie voor elkaar krijgt? Nee, zeker niet, maar zorgt er wel voor dat je geen blijvende problemen binnen een gemeenschap creëert met meer afstand tussen burger en bestuur en tweespalt in de samenleving.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

1 reactie

Reageer