OpinieHoe de Koepel van Wmo-raden investeert in participatie

0

De Koepel van Wmo-raden is een voorbeeld van Het Nieuwe Werken. Ook probeert hij mensen via sociale media te betrekken bij het werk, maar dat gaat absoluut niet vanzelf.


– Column –

Maarten de Gouw & Hans-Martin Don

In het kader van de week van de alfabetisering staat de Koepel Wmo-raden ook stil bij haar eigen digitale succes.

De Koepel van Wmo-raden bestaat nu ruim 5 jaar en haar landelijk bureau bestaat ruim 3 jaar. De Koepel heeft 270 leden: de lokale Wmo-raden.

Die raden bestaan uit actieve meedenkende burgers, van een hoog niveau, allen zeer betrokken bij de lokale advisering over het nieuwe Wmo-beleid. De Koepel ondersteunt de Wmo-raden door informatie en advies. Die Koepel heeft een klein bureau (2 fte) en is een voorbeeld van het nieuwe werken: altijd online, alles digitaal, vergaderen via skype, thuis werken, geen kantoor meer.

Ook geen papieren producten meer, alleen digitale producten met veel links.

Verbinden
Dat bureau heeft onder andere als taak om Wmo-raden in het hele land met elkaar te verbinden, en om uitwisseling te bevorderen. Immers, met 400 Wmo-raden in 400 gemeenten zou zomaar 400 keer het wiel opnieuw uitgevonden kunnen worden.

We verbinden Wmo-raden met elkaar door middel van een linkedingroep met inmiddels ruim 750 leden.

Prima. Tot zover niet zoveel aan de hand, lijkt het. Maar we hebben wel iets geleerd, de afgelopen jaren. En dat is dat je nooit, nooit, bij een digitaal product of bij een digitaal platform als de linkedingroep kan denken: het gaat vanzelf, het komt wel goed. Of: het gaat ons niets meer kosten, de mensen weten hun weg wel te vinden en gaan het gebruiken.

Het is gewoon niet zo, mensen digitaal betrekken bij nota bene hun eigen Koepel met vragen in hun eigen belang, vraagt een enorme inspanning, en dat zal zo ook wel blijven. Zelfs met onze eigen leden, onze eigen achterban in hun eigen groep.

LinkedIn
Niemand ziet hoe keihard we werken om zo’n linkedingroep tot een succes te maken. Vanuit de Koepel plaatsen we bijvoorbeeld zelf actuele vragen. Dat doen we ook namens leden die daarom vragen (!). We hebben een (papieren) handleiding geschreven waarin we stapsgewijs linkedin uitleggen, we hebben een (telefonische) helpdesk, we komen zelfs (persoonlijk) langs voor uitleg. We presenteren linkedin in de nieuwsbrief, op de Algemene Leden Vergadering, steeds maar weer.

En we bewaken onze groep. We verwijderen commerciële bureau’s, we verwijderen niet-relevante vragen en we verwijderen vooral veel berichten die geen vraag zijn maar een link naar een artikel of website. Alles om het maar levend en levendig te houden.

En het is het wel waard, maar het gaat veel langzamer en moeizamer dan we ooit hadden gedacht. En nog steeds is het aantal mensen dat echt reageert en actief meedoet, beperkt. Laat staan het aantal mensen dat zelf een vraag stelt.

Eén ding is daarbij wel opvallend. Mensen die ons, de medewerkers van het bureau, persoonlijk kennen, maken daarna makkelijker gebruik van linkedin. Bijvoorbeeld na een Algemene leden Vergadering gaat het gebruik van linkedin omhoog.

Persoonlijk contact
Onze conclusie: het digitale vervangt kennelijk toch nooit echt het persoonlijke contact. Dat blijft zo enorm belangrijk. Het digitale kan wel makkelijk volgen op dat persoonlijk contact. En wijze les voor ons. En misschien ook voor Digitaal 2017.

 

Maarten de Gouw & Hans-Martin Don zijn van de Koepel van Wmo-raden

Dit is de tweede van een reeks columns in het kader van de Week van de Alfabetisering. Behalve lezen en schrijven behoren ook digitale vaardigheden tot de basisvaardigheden die tegenwoordig nodig zijn  om mee te komen in de maatschappij. 

Minister Plasterk wil dat de overheid in 2017 alleen nog maar digitaal communiceert met burgers. Hij maakt daarvoor op dit moment een ‘roadmap’, die de basis wordt van het digitale gezicht van de overheid naar de burger toe.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer