Utrecht vraagt tegenprestatie voor bijstand

4

Maatregelen en bezuinigingen van het Rijk maken het noodzakelijk dat de gemeente Utrecht de regels voor een bijstandsuitkering aanpast.

Het college neemt vooral maatregelen om de instroom in de uitkeringen te beperken en zet al het beschikbare geld in om meer mensen aan het werk te helpen.

Een van de meest ingrijpende gevolgen van de nieuwe wet is het invoeren van een huishoudtoets. De nieuwe wet bepaalt dat de hoogte van het gezamenlijk inkomen van het huishouden bepalend is voor het recht op uitkering; veel mensen zullen hierdoor hun uitkering verliezen.

Ook wordt de grens voor het minimabeleid (bijvoorbeeld voor de U-pas) beperkt tot huishoudens met een inkomen tot maximaal 110 procent van het  bijstandsniveau. Deze grens is in Utrecht nu 125 procent. Naast deze landelijke verplichte wijzigingen, neemt de gemeente Utrecht zelf de volgende maatregelen om het tekort op het bijstandsbudget terug te dringen. 

Tegenprestatie
Aan mensen met een bijstandsuitkering mág een tegenprestatie worden gevraagd. Het college ondersteunt in principe de mogelijkheid van een tegenprestatie, maar wil de nadruk leggen op het participatiebevorderende karakter ervan. In het voorjaar van 2012 volgt een voorstel hoe Utrecht het begrip tegenprestatie wil vormgegeven.

In de huidige situatie krijgt iemand die in deeltijd werkt ná een uitkering een deeltijdpremie van maximaal 2.253 euro per jaar. Daarnaast hebben klanten nu recht op een uitstroompremie van 1.000 euro als zij na de uitkering langer dan een jaar aan het werk of naar school zijn. Dit ruime premiebeleid past niet bij het huidige uitgangspunt dat het ieders eigen verantwoordelijkheid is om uit de uitkering te raken. De gemeente stopt daarom met dit premiebeleid. 

Handhaving
Vanaf 1 januari 2012 gaat de gemeente een uitkering sneller en met hogere bedragen verlagen bij verwijtbaar gedrag. Denk aan de klant die niet meewerkt aan zijn re-integratie of die belangrijke informatie niet verstrekt. De bijstandsuitkering kan in dergelijke gevallen sneller worden gekort.

De nieuwe wet voert voor jongeren een zoektermijn van vier weken in. Na de zoektermijn wordt getoetst of iemand voldoende inspanning heeft geleverd om een betaalde baan te vinden en wordt bij geen succes alsnog – met terugwerkende kracht – een uitkering toegekend. In navolging van andere steden voert Utrecht – na zorgvuldige screening – deze termijn nu ook in voor volwassenen met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt. 

Stopzetten stagevergoeding
De Wet Investeren in Jongeren (WIJ) vervalt per 1 januari 2012. De gemeente is dan verplicht om voor jongeren een plan van aanpak op te stellen en de jongere te begeleiden. Jongeren vallen met ingang van 1 januari 2012 weer onder de Wet werk en bijstand en de stagevergoeding is niet goed te combineren met de aangescherpte regels binnen deze wet. Utrecht stopt daarom met de stagevergoeding.

Op 1 januari 2013 wil het kabinet de nieuwe Wet Werken naar Vermogen invoeren. Daarop vooruitlopend heeft de Tweede Kamer onlangs een wijzigingswet aangenomen. Naar verwachting gaat deze wijzigingswet op 1 januari 2012 in. In deze wijzigingswet wordt de Wet werk en bijstand op verschillende onderdelen aangescherpt en de Wet investeren in jongeren ingetrokken. Deze landelijke wijzigingen zorgen ervoor dat Utrecht zijn gemeentelijk beleid moet aanpassen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

4 reacties

  1. Het nieuwe beleid van Utrecht riekt duidelijkt naar Mark Rutte. De regering en het bedrrijfleven zijn de schuld van de crisis. Burgers zijn de slachtoffers van de graai cultuur van de mannentjes in pak. De gemeente die loopt als een pupie achter Rutte ( Sakasaka)

Reageer