Bestemmingsplan bedreigt webwinkels

8

Een uitspraak van de rechtbank in Den Bosch dat de gemeente Schijndel niet zomaar een webwinkel op een bedrijventerrein mag toestaan kan verstrekkende gevolgen hebben.

De gemeente Schijndel had een internetslijterij een vergunning gegeven om zich op een plaatselijk bedrijventerrein te vestigen. De gemeente oordeelde dat omdat het niet gaat om een fysieke winkel er geen sprake is van detailhandel. Iets wat strijdig zou zijn met het bestemmingsplan van het terrein.

De brancheorganisatie voor slijterijen, De Slijtersunie, spande tegen het besluit uiteindelijk een rechtzaak aan. Het belang van de SlijtersUnie is daarbij 'om de wildgroei in webwinkels tegen te kunnen gaan.' Dit vindt de branchevereniging van belang omdat controle op naleving van leeftijdsgrenzen bij de verkoop van alcohol via internet bijna onmogelijk is.

Detailhandel
Hier deed de rechter in Den Bosch verder echter geen uitspraak over. De zaak ging sec over het geval in Schijndel. En daar oordeelde de rechter dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen. Niet omdat de vergunning in strijd is met de Drank- en Horecawet, maar omdat de rechtbank de webwinkel wel degelijk onder de noemer detailhandel schaart en strikt genomen mag dat niet op die plek.

Dat wordt in het vonnis gemotiveerd. “Op bedrijfslocatie worden via webwinkels goederen ten verkoop aan particulieren aangeboden, de via deze webwinkels gedane bestellingen geaccepteerd, de betaling van deze goederen gecontroleerd, de bestelde goederen verzameld, verpakt, verzendgereed gemaakt en ter verzending aangeboden. Daarmee is sprake van met het bestemmingsplan strijdige detailhandel.”

Een uitspraak die uiteraard ook gevolgen heeft voor vestigingen van andere webwinkels (ook andere dan slijterijen) op plekken waar een soortgelijk bestemmingsplan is vastgesteld.

Oplossing
De oplossing: webwinkels zullen zich moeten gaan vestigen in panden met een detailhandel bestemming of gemeenten veranderen hun beleid voor detailhandel en hun visie op bedrijventerreinen en dan dus uiteindelijk ook het bestemmingsplan.

Dit laatste lijkt de meest logische en duurzame oplossing. De gemeente Schijndel zegt dit in ieder geval rte gaan doen, omdat ze ook internetwinkels wil blijven toestaan op bedrijventerreinen. Of zelfs juist op een berijventerrein. Daarnaast gaat de gemeente hard op zoek naar een oplossing op de korte termijn die zowel de uitspraak van de rechtbank respecteert als ook een oplossing biedt voor de webwinkel in kwestie.


Kennisbank Handhaving is een complete en actuele informatiebron op het gebied van handhaving. Meer informatie >>
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

8 reacties

  1. Kersbergen op

    Grote bedrijven besteden de logistieke handelingen uit aan andere bedrijven die op grootschalige bedrijventerreinen staan.
    Bijvoorbeeld Bol.com, die voor tal van bedrijven de voorraad beheert en verzendklaar maakt.
    Ligt hier de grens dan? Wat is Wehkamp dan voor een bedrijf, toch ook detailhandel op een industrieterrein zonder dat er publiek binnen kan komen.

  2. Zijn niet veel meer de verkeersstromen van belang en die zijn er nou net niet bij webwinkels, in ieder geval niet in de zin van bezoekers. Het element ‘voor publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening’ is in de civiele definitie van bedrijfsruimte van groot belang. De criteria die de bestuursrechter noemt lijken mij nou net niet van wezenlijk belang; wat er binnen de muren gebeurt is toch niet zo belangrijk (zolang het maar niet illegaal is), maar juist de weerslag daarvan op de omgeving lijkt mij cruciaal?

  3. hier gaat het dus NIET over. Het gaat over de drank en horecawet. Wil je alcohol verkopen via (web) winkels moet je aan eisen voldoen.
    Een webwinkel voor kleding of boeken is een heel ander verhaal.
    De slijtersunie eist terecht omdat er geen slijtersvergunning is verleent aan dit webbedrijf!

  4. Lodewijk Bedaux op

    De meest duurzame oplossing is bestemmingsplannen te beperken tot bouwvolumes. Ongewenste activiteiten kunnen voorkomen worden door gebruikersvergunningen verplicht te stellen. Bestemmingsplannen beperken en werken zodoende leegstand in de hand. Op deze manier doet het bestemmingsplan waarvoor het bedoeld is en is er ruimte voor natuurlijke (in)groei en ontwikkeling zonder dat dit op termijn beperkingen oplevert voor transformatie. Daarbij heeft de gemeente beter overzicht en controle op de bedrijfsactiviteiten in de gemeente.

  5. Het probleem is niet te onderschatten. Vooral in de Flevopolder met veel goedkope bouwgrond, Almere voorop, wordt een internetbedrijf op bedrijventerrein toegestaan, bijna gestimuleerd. Punt blijft, als het alleen opslag en verhandeling is is het geen probleem. Ik heb daar en in Woerden echter ‘webshops’ gezien die complete gewone winkels zijn. Dus verkoop aan particulieren. Als je dat toestaat, dan moet je ook winkels op bedrijventerreinen toestaan. En niet alleen PDV/GDV van minimaal 1.000 m2. En willen we dat? Dan weet je zeker dat de binnensteden en -in geval van supermarkten, zie Harderwijk- dat de wijkcentra zieltogend en verloederd raken worden met sociale onveiligheid als eerste probleem. De uitspraak van de rechter heeft dus verstrekkende gevolgen: of alle BP moeten aangepast, of het detailhandelsbeleid moet worden herzien. In beide gevallen veel werk voor gemeenten waar nog nauwelijks bekwame EZ-mensen zitten!

  6. Ruud (Schijndel) op

    Voor de goede orde zij opgemerkt dat voor het betreffende bedrijf wel degelijk een vergunning op grond van de Drank- & Horecawet voor het slijtersbedrijf is verleend. Aanvrager en inrichting voldeden aan de criteria en derhalve is de vergunning verleend. Het beroep van de Slijtersunie tegen de verlening van deze vergunning is ongegrond verklaard.
    De uitspraak aangaande het bestemmingsplan roept nog wel vragen op. Het gaat om een industrieterrein, waarbij opslag van goederen ??n van de normale vormen van gebruik is. De rechter stelt in zijn uitspraak dat de uitstraling van belang is bij bestemmingsplannen. Schijndel betoogde in haar verweer dat uit niets is op te maken dat ter plaatse een webwinkel haar bedrijf voert. Er is geen sprake van fysiek contact tussen klant en verkoper, er zijn geen uitstallingen, geen etalages, geen verkeersbewegingen van klanten etc. Toch is de rechter van mening dat, nu orders ter plaatse verzameld worden en voor verzending gereed gemaakt en de betalingen aldaar gecontroleerd worden, er sprake is van detailhandel. Waarom de rechter die mening is toegedaan, blijkt helaas niet duidelijk uit de uitspraak. Ons inziens geschieden deze handelingen immers veelvuldig op een industrieterrein, zeker daar waar goederenopslag plaatsvindt.

  7. De uitspraak van de rechtbank inzake Schijndel lijkt mij niet houdbaar.
    Voor de Raad van State (zie uitspraak 201006526/1/H1 Abcoude, d.d. 13 april 2011 webwinkel fietsenverkoop) is met name de ruimtelijke uitstraling (ontmoeting tussen kopers en verkoper terplaatse) beslissend voor de vraag of sprake is van verboden detailhandel. Deze uitspraak heeft de rechtbank niet in haar oordeel betrokken. Als ik Schijndel was ging ik in beroep.

Reageer