‘Kopje thee kan aanslag voorkomen’

0

In Nederland spelen wijkagenten een sleutelrol in het voorkomen, in elk geval tijdig signaleren van radicalisering. Ze lopen en fietsen veel rond, en onderhouden een groot netwerk. ‘We zijn geen solisten, maar teamspelers.’ En dat is niet soft.

Een dag na de bomaanslagen van dinsdag 22 maart in Brussel sprak de net aangetreden korpschef Erik Akerboom (54) van de Nationale Politie over de cruciale functie van de wijkagent in de strijd tegen het terrorisme. Diezelfde dag waren veel meer wijkagenten dan anders op pad gestuurd om de stemming in hun buurten te peilen.

‘Hun opdracht is: weet wie er in de wijk woont en wat er speelt. Dat idee – er zijn voordat het misgaat in plaats van de brokken opruimen – zit in de vezels van de hele politie,’ zegt korpschef Akerboom.

Eens werd er denigrerend gesproken over de ‘wijkzuster’. Sinds de moord op Theo van Gogh in 2004 door de ontspoorde Mohammed Bouyeri geldt de wijkagent als de figuur bij uitstek om radicalisering van moslimjongeren in een vroeg stadium te signaleren en zo erger te voorkomen. Wijkagenten zijn in hun werkgebied de ‘oren en ogen’ van de politie, en zitten zoals door hun bazen vaak trots wordt gezegd ‘in de haarvaten van de samenleving’.

De wijkagent is een duizendpoot die van alles aanpakt om de leefbaarheid en veiligheid in de wijk te verbeteren: verloedering, overlast, zwerfvuil, foutparkeerders, kleine criminaliteit. Met het vroegtijdig waarnemen van radicalisering heeft de wijkagent er een verantwoordelijke taak bijgekregen.

Dat er de afgelopen jaren in Nederland geen grote terreuraanslagen zijn gepleegd, wordt deels toegeschreven aan de circa 3.500 wijkagenten in het land. Door hun antennefunctie voorkomen zij geregeld dat jonge moslims ontsporen en afreizen naar Syrië. Uit het oorlogsgebied teruggekeerde jihadgangers worden nauwlettend gevolgd, al is dat meer de taak van de AIVD, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

Bureauwerk
Het effect van een wijkagent valt overigens lastig te meten. In 2009 publiceerde de Nijmeegse hoogleraar criminologie Jan Terpstra een kritisch onderzoek over het func­tioneren in de praktijk van wijkagenten. Zij zouden door bureauwerk veel minder tijd in hun wijk doorbrengen dan de afgesproken 80 procent en te weinig contact hebben met de bewoners. Ook zouden zij zich te veel bezighouden met ‘softe’ hulpverlening en te weinig met handhaving. Binnen de organisatie waren ze vaak geïsoleerd.

Sinds de komst van de Nationale Politie drie jaar geleden maken de wijkagenten deel uit van ‘robuuste’ basisteams. Burgemeesters klagen over een tekort aan wijkagenten en pleiten voor extra geld. Door bezuinigingen komt de preventieve aanpak van radicaliserende jongeren in het gedrang, zeggen de burgemeesters.

In een opiniestuk in de Volkskrant schrijven zij: ‘In onze visie ligt de sleutel voor een sterke en toekomstbestendige politie bij de wijkzorg, met de wijkagent als vooruitgeschoven post. Zij kennen de wijk en de bewoners en hebben vaak als eerste door dat er iets niet in de haak is.’ Het aantal wijkagenten moet met 20 procent omhoog: dat zijn zevenhonderd fte’s.

‘Het is een spannende tijd,’ zegt Theo van der Plas (53), waarnemend politiechef Landelijke Eenheid van de Nationale Politie en portefeuillehouder Contra-Terrorisme, Extremisme en Radicalisering. ‘Het is belangrijk een stap naar voren te doen, waar anderen naar achteren stappen.’

In het nieuwe hoofdbureau van de Natio­nale Politie, pal naast de Amerikaanse ambassade in Den Haag, benadrukt Van der Plas de rol van de wijkagent als vitale schakel in de strijd tegen terrorisme. ‘De druk op de wijkagent is groot: van wijk tot wereld. Wat in Syrië of Turkije gebeurt, heeft zijn directe weerslag in wijken waar mensen van veel verschillende nationaliteiten wonen. Onze mensen moeten altijd alert zijn.’

‘Je moet weten wat er in de wereld speelt,’ zegt een ervaren wijkagent die veel met jihadisme en radicalisering te maken heeft gehad. ‘Spanningen elders in de wereld zie je terug in de wijk. Ons werk is zinvol: jeugd kun je nog veranderen. Wijkagenten lopen en fietsen veel rond, en houden ook contact als een bewoner uit de bajes komt. Wij keren ons niet af als zo iemand terugkeert in de samenleving.’

Van der Plas knikt instemmend: ‘Wij zijn de politie van insluiten, niet van uitsluiten.’

[([001_26_rb-image-2783981.jpeg])]

Neem nu een abonnement op Elsevier en krijg het grootste en meest gelezen opinieblad van Nederland bij u in de bus én digitaal beschikbaar Lees verder>>

Het dagelijkse werk van een wijkagent in de grote stad verschilt nogal van dat van diens collega in een rustig dorp in de provincie. Toch speelt het risico van radicalisering niet alleen in achterstandswijken van grote steden, waarschuwt de wijkagent.  ‘Een van de Syriëgangers van het eerste uur was een autochtone postbode uit het oosten van het land.’ De agent doelt op Victor Droste uit Heeten, twee jaar geleden uitvoerig in Elsevier geportretteerd.

Natuurlijk kost het leggen van sociale contacten in de wijk tijd, maar het is volgens de wijkagent ‘een nuttige investering. Het geregeld drinken van een kopje thee met allochtone bewoners is niet soft. Misschien voorkom je over vijf jaar een aanslag. Door goede contacten in de wijk zijn wellicht al aanslagen voorkomen.’

De wijkagent heeft intensief contact met scholen, het Centrum Jeugd en Gezin, de gemeente en tal van andere maatschappelijke organisaties. ‘Wij zijn een luisterend oor voor iedereen en verzamelen op die manier veel informatie. Daarnaast worden we gevoed door onze collega’s van het basisteam. We lezen in de politiesystemen alle mutaties over onze wijk.’

Van der Plas: ‘De wijkagenten staan met hun voeten in de wijk. Zij weten hoe de temperatuur is. Het zijn mensen met levens­ervaring en een groot invoelend vermogen.’

Den Haag telt vermoedelijk het hoogste aantal Syriëgangers en vele honderden sympathisanten. De wijkagent weerspreekt het beeld dat ouders de geradicaliseerde jongeren steunen. ‘Zij staan er niet achter. Dat ben ik nog nergens tegengekomen. In een afgeluisterd telefoongesprek hoorden we een moeder zeggen: “Dat mag niet van de wijkagent.” Door intensief contact met zo’n gezin proberen we te voorkomen dat broertjes en zusjes ook radicaliseren.’

Marokkaanse agenten
Wordt de wijkagent niet te veel geïdealiseerd? Den Haag is hofleverancier van het jihadisme, zei PvdA-Tweede Kamerlid en oud-politieagent Ahmed Marcouch na de aanslagen in Brussel tegen Het Financieele Dagblad. Hij maakt zich grote zorgen dat autochtone wijkagenten geen aansluiting vinden in een allochtone wijk. ‘Er is een psychologische drempel om de informatie met een witte wijkagent te delen. Hoe voorkomen we terreur? Met informatie, informatie en nog eens informatie.’ Marcouch pleit daarom voor meer Marokkaanse agenten.

Natuurlijk zijn allochtone collega’s nodig, zegt de wijkagent. ‘Maar ook autochtone dienders kunnen zo nodig achter de voordeur kijken. Als het niet lukt, vragen we bijvoorbeeld andere moeders om contact te leggen. Bij eventuele taalproblemen kunnen we terugvallen op de tolkentelefoon.’

De wijkagent is inderdaad geen wondermiddel, zegt Edward van der Torre (46),  lector Gebiedsgebonden Politie aan de Politieacademie. Al was het maar omdat hij niet alleen werkt. ‘Hij of zij is onderdeel van een heel netwerk. Het aantal veiligheidsprofessionals is spectaculair toegenomen. Steeds meer ambtenaren bij de gemeente houden zich bezig met veiligheid. De kwaliteit van al die Bijzondere Opsporingsambtenaren is enorm toegenomen.

‘Wijkagenten beginnen door te krijgen dat ze ook bij ambtenaren veel informatie kunnen halen. Grote kans dat die ergens tegenaan lopen. Ook jongerenwerkers en werknemers in de verslavingszorg weten veel. Een groot netwerk levert voor de wijkagent veel rendement op.’ Daarbij gaat het vaak om ambtenaren die in hun eigen gemeente werken. Voor veel politiemensen – en ironisch genoeg ook wijkagenten – geldt dat ze meestal om veiligheidsredenen niet wonen in de stad waar ze werken.

Klopt, zegt Theo van der Plas. ‘De wijkagent is geen solist, maar een teamspeler die juist aan al die contacten zijn of haar kracht ontleent.’ In het vroegtijdig onderkennen van radicalisering is al die informatie van levensbelang.

Dit artikel van Gerlof Leistra verschijnt in Elsevier van deze week

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer