De rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat naschoolse workshops voor kinderen juridisch gezien kinderopvang zijn. Omdat de aanbieder niet was geregistreerd als kinderopvangorganisatie, mocht de gemeente optreden en een last onder dwangsom opleggen.
Een ondernemer bood in Utrecht naschoolse workshops aan voor kinderen van 4 tot 10 jaar. Na een anonieme melding voerde de gemeente inspecties uit. Daarbij troffen toezichthouders meerdere medewerkers en groepen kinderen aan. Volgens de gemeente was sprake van kinderopvang zonder de verplichte registratie en voorafgaande inspectie.
De ondernemer was het daar niet mee eens. Hij stelde dat het ging om informeel onderwijs en niet om kinderopvang. Deelname zou vrijblijvend zijn, er was geen vaste groep en ouders konden geen kinderopvangtoeslag aanvragen. De vraag was dus: zijn deze workshops kinderopvang volgens de wet?
Wanneer is iets kinderopvang?
De rechtbank kijkt naar de wettelijke definitie van kinderopvang. Daarbij is van belang of:
- ouders betalen voor de opvang;
- kinderen worden verzorgd, opgevoed en begeleid in hun ontwikkeling;
- het gaat om kinderen tot ongeveer 12 jaar;
- de opvang een structureel karakter heeft.
De rechter oordeelt dat aan deze voorwaarden is voldaan. Ouders betaalden voor deelname. Tijdens de workshops waren er gezamenlijke eetmomenten, werd gedrag gestuurd en was er pedagogische begeleiding. Dat het “workshops” werden genoemd, maakt volgens de rechtbank niet uit. Het ging feitelijk om structurele opvang van jonge kinderen, het hele jaar door.
Omdat de aanbieder niet vooraf was geregistreerd als kinderopvangorganisatie, overtrad hij de wet. De gemeente mocht daarom handhavend optreden.
Dwangsom terecht
De gemeente legde een last onder dwangsom op: als de ondernemer doorging zonder registratie, moest hij een geldbedrag betalen. De rechtbank vindt dat terecht. Bij een overtreding moet een gemeente in principe optreden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Die waren hier niet aanwezig.
Ook beroepen op het vertrouwensbeginsel (de gemeente zou dit eerder hebben toegestaan) en het gelijkheidsbeginsel (anderen zouden niet worden aangepakt) slaagden niet. Er waren geen duidelijke toezeggingen gedaan en geen vergelijkbare gevallen aangetoond.



Geef een reactie