Mensen voelen zich vaker onveilig. Dat geldt vooral voor jonge vrouwen en inwoners van grote steden, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In 2025 geeft 37 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder aan zich in het algemeen weleens onveilig te voelen. Dat is een stijging ten opzichte van 2019, toen dit nog 33 procent was.
Na enkele jaren van stabilisatie en lichte schommelingen zijn de gevoelens van onveiligheid de laatste jaren weer toegenomen en liggen ze in 2025 op hetzelfde niveau als tien jaar geleden.
Eigen buurt
Ook in de eigen woonomgeving voelen mensen zich vaker onveilig. In 2025 geeft 17 procent aan zich weleens onveilig te voelen in de eigen buurt, tegenover 14 procent in 2019. Hoewel dit aandeel duidelijk lager ligt dan het percentage dat zich in algemene zin onveilig voelt, is ook hier sprake van een stijgende lijn sinds 2021.
Jonge vrouwen ervaren het vaakst gevoelens van onveiligheid. Van de vrouwen tussen 15 en 25 jaar voelt 60 procent zich in het algemeen weleens onveilig. Dat is ruim twee keer zo hoog als onder jonge mannen in dezelfde leeftijdsgroep (27 procent). Dit verschil is de afgelopen vier jaar vrijwel onveranderd gebleven. Sinds 2021 zijn de onveiligheidsgevoelens vooral toegenomen onder vrouwen van 25 jaar en ouder. Ook bij mannen tussen 25 en 65 jaar is een stijging zichtbaar, al ligt het aandeel bij hen beduidend lager dan bij vrouwen.
Grote steden
In zeer sterk stedelijke gemeenten voelt 43 procent van de inwoners zich in het algemeen weleens onveilig. In niet-stedelijke gemeenten is dat 29 procent. Ook het gevoel van onveiligheid in de eigen buurt is in sterk stedelijke gebieden hoger: 24 procent tegenover 10 procent in niet-stedelijke gemeenten. Zowel in stedelijke als minder stedelijke gebieden zijn de gevoelens van onveiligheid sinds 2021 toegenomen.
De cijfers zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor 2025, een tweejaarlijkse enquête onder de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder.



Geef een reactie