Onderzoek naar de eerste cyclus van de Spreidingswet laat zien hoe complex het organiseren van asielopvang in Nederland is. Vooral in de samenwerking tussen overheden zijn er nog stappen te zetten.
Een nieuwe fase voor de asielopvang
De Spreidingswet moet zorgen voor een eerlijkere verdeling van asielopvang over gemeenten in Nederland. Ook moet de wet bijdragen aan een stabieler opvanglandschap met voldoende structurele en flexibele opvangplekken, zodat noodopvang minder nodig wordt.
Berenschot deed in opdracht van de Provinciale Regietafel Noord-Holland (PRT) onderzoek naar het verloop van de eerste cyclus.
Samenwerking tussen overheden staat centraal
In de uitvoering van de Spreidingswet speelt samenwerking tussen bestuurslagen een belangrijke rol. Provincies brengen de regionale opvangopgave in kaart en proberen samen met gemeenten tot een verdeling van opvangplekken te komen.
Die samenwerking bleek niet altijd eenvoudig. Er zijn bijvoorbeeld veel afzonderlijke (relatief kleine) locaties ingericht, waardoor er veel trajecten naast elkaar liepen. Dat vroeg veel van de ambtelijke capaciteit van het COA en zette het draagvlak onder druk.
In verschillende regio’s vond overleg plaats. Maar gezamenlijke keuzes maken bleek lastiger. ‘Hoe verdelen we de opgave als regio? Wat doen we als een gemeente vastloopt? Wanneer is uitruil mogelijk en onder welke voorwaarden?’
Houvast en legitimiteit
De Spreidingswet geeft gemeenten houvast en legitimiteit, concludeert Berenschot. ‘Zonder de wet was dit vermoedelijk veel moeizamer gegaan. Want waarom zou je als gemeente opvangplekken realiseren als anderen dat niet (hoeven te) doen?’
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar cijfers te kijken, maar ook naar de manier waarop gemeenten het proces organiseren. Heldere communicatie met inwoners, tijdige betrokkenheid van lokale partners en transparante besluitvorming blijken bij te dragen aan het creëren van draagvlak.
Als in een vroeg stadium werd geïnvesteerd in regionale planvorming, verliep het proces beter. Op die manier kunnen er betere, duurzame opvangplekken gecreëerd worden dan per gemeente afzonderlijk. Vroegtijdig overleg met het COA is daarbij ook van belang. ‘Nog meer investeren in de regio dus.’
Lessen voor de volgende fase
De ervaringen uit de eerste cyclus bieden waardevolle inzichten voor de toekomst, stelt Berenschot. Een belangrijk leerpunt is dat vroegtijdige samenwerking en duidelijke procesafspraken helpen om regionale keuzes sneller en effectiever te maken. ‘Een succesvolle tweede cyclus vraagt om meer dan goede intenties: de PRT moet ervoor zorgen dat regio’s en individuele gemeenten over voldoende richting, ondersteuning en capaciteit beschikken om deze stap te zetten.’



Geef een reactie