Het aantal mensen met dementie in Nederland groeit snel: van 289.000 nu naar een verwachtte 500.000 in 2050. Steeds meer thuiswonende inwoners hebben ondersteuning nodig. Daarvoor is een samenhangende aanpak van het sociale en fysieke domein nodig.
Uit een rapport van Platform31 voor het G40-stedennetwerk blijkt dat veel gemeenten zich bij dementiebeleid vooral op het sociale domein richten: mantelzorgondersteuning, dagbesteding en bewustwording. Maar mensen met dementie hebben ook een geschikte woning, veilige looproutes en ontmoetingsplekken nodig. Slechts twee van de achttien onderzochte G40-gemeenten hebben een aanpak die zowel op beleids- als uitvoeringsniveau sociaal en fysiek domein verbindt.
Wijken met lage sociale cohesie vragen extra aandacht
Niet elke wijk vraagt dezelfde aanpak. In buurten waar mensen weinig contact met elkaar hebben, stapelen problemen zich op. Mensen met dementie raken er sneller geïsoleerd en worden moeilijker bereikt. Uit geografische data-analyses voor steden als Groningen en Hengelo wordt duidelijk op welke plekken dementie en lage sociale cohesie samenkomen.
Groningen werkt met twee uitvoeringsprogramma’s: één gericht op ouderenbeleid en dementie, één op de woonzorgopgave. De gemeente ontwikkelt zogenoemde Woonleefconcepten: geclusterde woonvormen voor senioren, gericht op ontmoeting en buurtbetrokkenheid. Data-analyses helpen bij het bepalen van de beste locaties, zoals voor een nieuw Odensehuis in West Groningen, een laagdrempelige plek voor mensen met dementie en hun naasten.
Concrete maatregelen in de openbare ruimte
Verschillende steden nemen al tastbare stappen. Breda heeft wandelroutes met vergeet-mij-nietje-tegels die mensen met dementie de weg terug naar huis wijzen. Enschede paste een drukke oversteek aan met blauwe tegels en extra bankjes. Tilburg traint buurtbewoners, winkeliers en studenten in het herkennen van dementie.
Goede initiatieven zijn nu vaak nog afhankelijk van enthousiaste individuen. Maar om een langdurige oplossing te bieden, moet het beleid structureel verankerd worden in gebiedsplannen, volkshuisvestingsprogramma’s en Wmo-beleid. Met behulp van data-analyse kan in beeld worden gebracht waar de problemen het grootst zijn, en wat er nodig is om hier iets aan te doen.



Geef een reactie