De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting niet mag worden opgelegd als er feitelijk geen parkeerbelasting verschuldigd is, ook al heeft iemand zich niet aan de parkeerregels gehouden.
De zaak draaide om een automobilist die haar auto parkeerde in Diemen zonder de parkeerautomaat te activeren. Volgens de lokale regels kost parkeren € 1,50 per uur, maar de eerste twee uur zijn gratis. De gemeente legde een naheffingsaanslag op, omdat de bestuurder geen parkeerapparatuur had gebruikt bij aanvang van het parkeren. De bestuurder stelde echter dat zij minder dan twee uur had geparkeerd en dus geen belasting hoefde te betalen.
De rechtbank en het gerechtshof gaven de gemeente gelijk. Zij oordeelden dat omdat de bestuurder geen parkeeractie was gestart, er formeel geen betaling “op aangifte” had plaatsgevonden. Daardoor mocht volgens hen een naheffingsaanslag worden opgelegd, ongeacht de daadwerkelijke parkeerduur.
De Hoge Raad komt tot een ander oordeel. Het uitgangspunt is dat een naheffingsaanslag alleen mag worden opgelegd als er belasting verschuldigd is die niet is betaald. In dit geval stond vast dat de bestuurder minder dan twee uur had geparkeerd. Op grond van de gemeentelijke verordening was zij daarom geen parkeerbelasting verschuldigd. Het feit dat zij geen parkeeractie had gestart, verandert dat niet, omdat het starten van de parkeerautomaat geen voorwaarde is voor het recht op de twee uur gratis parkeren.
Volgens de Hoge Raad kan er dus geen sprake zijn van “te weinig betaalde belasting” als er überhaupt geen belasting verschuldigd is. Ook als iemand de formele regels niet volgt (zoals het niet activeren van de parkeerautomaat), mag de gemeente geen naheffingsaanslag opleggen als er materieel niets te heffen valt. De Hoge Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraken en de naheffingsaanslag.



Geef een reactie