In 2025 kregen ongeveer 477 duizend jongeren jeugdzorg. Dat is een daling van 2,8 procent ten opzichte van 2024 en – afgezien van het coronajaar 2020 – de eerste afname sinds 2015, toen gemeenten verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg.
Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral het aantal jongeren met jeugdhulp en jeugdbescherming nam af, terwijl het aantal jongeren met jeugdreclassering juist steeg.
Jeugdhulp blijft veruit de meest voorkomende vorm van jeugdzorg: 469 duizend jongeren maakten hier in 2025 gebruik van, 2,8 procent minder dan een jaar eerder. Ook het aantal jongeren met jeugdbescherming daalde, met 3,3 procent naar bijna 33 duizend. Dit betreft maatregelen die door de rechter worden opgelegd als de veiligheid of ontwikkeling van een kind in gevaar is. Daartegenover staat een stijging van 4,5 procent in jeugdreclassering, die vooral wordt ingezet bij jongeren die met politie of leerplicht in aanraking zijn gekomen.
Grote verschillen tussen gemeenten
In totaal kreeg 10,8 procent van alle jongeren tot 23 jaar jeugdzorg in 2025. Er zijn echter grote verschillen tussen gemeenten: in sommige gemeenten ligt het aandeel rond de 5 procent, terwijl het elders oploopt tot boven de 15 procent. Dit hangt onder meer samen met lokale keuzes in het zorgaanbod en sociaaleconomische verschillen, zoals inkomen en gezinssituatie.
Jeugdhulp komt het vaakst voor bij jongeren van 12 tot 18 jaar, vooral bij meiden. In jongere leeftijdsgroepen maken juist meer jongens dan meiden gebruik van jeugdhulp. Verder is er een verschuiving zichtbaar in wie jongeren doorverwijst naar jeugdhulp. Huisartsen doen dat minder vaak dan voorheen, terwijl gemeenten zelf een grotere rol spelen. Ook voeren gemeenten steeds vaker zelf hulptrajecten uit, waardoor zij meer regie krijgen over de jeugdzorg



Geef een reactie