Minister Sterk werkt samen met de gezinshuissector en gemeenten aan een kwaliteitsverbetering van de gezinshuiszorg.
Gezinshuizen zijn een belangrijke en waardevolle vorm van jeugdhulp zijn, omdat zij kinderen die niet thuis kunnen wonen een kleinschalige, gezinsgerichte omgeving bieden schrijft de minister in antwoord op Kamervragen. Tegelijkertijd wordt onderkend dat er misstanden kunnen voorkomen, zoals recent naar voren is gekomen in berichtgeving over De Glind en andere gezinshuizen.
Kwaliteitscriteria herzien
De huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen zijn geen wettelijk bindende normen, maar professionele richtlijnen die onderdeel uitmaken van de bredere kwaliteitseisen uit de Jeugdwet. Ze worden indirect geborgd via het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), professionele standaarden en het tuchtrecht voor geregistreerde professionals. De minister ziet op dit moment geen aanleiding om deze kwaliteitscriteria afzonderlijk wettelijk vast te leggen. Wel worden de kwaliteitscriteria momenteel herzien en wordt onderzocht hoe de implementatie ervan kan worden versterkt.
Meld- vergewisplicht
Om de veiligheid verder te verbeteren, zet de minister in op verschillende maatregelen. Zo wordt gewerkt aan een wetsvoorstel voor een meld- en vergewisplicht, waardoor jeugdhulpaanbieders verplicht worden het arbeidsverleden van nieuwe medewerkers, waaronder gezinshuisouders, te controleren en ernstig disfunctioneren te melden. Daarnaast wordt een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders voorbereid, die ook zal gelden voor zelfstandige gezinshuizen. Hiermee moet worden voorkomen dat aanbieders na ernstige misstanden eenvoudig elders opnieuw kunnen beginnen.
De minister wijst erop dat plaatsingen in gezinshuizen niet door de gezinshuisouders zelf worden bepaald, maar door gemeenten of gecertificeerde instellingen. Deze verwijzers dragen verantwoordelijkheid voor een verantwoorde plaatsing en kunnen rekening houden met mogelijke financiële prikkels. Gemeenten kunnen bovendien aanvullende kwaliteitseisen opnemen in hun contracten met aanbieders.
Het begrip ‘gezinshuis’ is momenteel niet in de Jeugdwet vastgelegd. Wel wordt binnen de Hervormingsagenda Jeugd gewerkt aan landelijke productomschrijvingen voor gezinshuiszorg. Daarnaast overlegt de minister met gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en aanbieders over landelijke kwaliteits- en inrichtingseisen om verschillen tussen gemeenten te verkleinen.
Toezicht
Wat betreft toezicht bestaat momenteel geen landelijke registratie van gezinshuizen, al is in 2025 wel onderzoek gedaan naar het aantal gezinshuizen in Nederland. Nieuwe zelfstandige aanbieders zijn sinds de invoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) verplicht zich te melden bij de IGJ. Ook de voorgenomen vergunningplicht moet bijdragen aan beter toezicht.
Ten aanzien van registratie van gezinshuisouders stelt de minister dat een SKJ-registratie niet altijd noodzakelijk is voor de gezinshuisouder zelf, zolang binnen het gezinshuis ten minste één betrokken professional SKJ-geregistreerd is.




Geef een reactie