Jeugdzorgaanbieder Stichting Parlan moet pleegouders de kosten vergoeden die zij maken voor de buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 augustus bepaald in twee zaken. De Raad van State bevestigt daarmee eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Holland.
Pleegouders vroegen vergoeding aan
Parlan verzorgt in opdracht van verschillende Westfriese gemeenten jeugd- en pleegzorg. Twee pleegouders vroegen de stichting om vergoeding van de kosten die zij maakten voor de buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen.
Parlan wees die verzoeken af. Volgens de stichting waren de gemeenten Stede Broec en Medemblik verantwoordelijk voor de vergoeding. Bovendien zou met de gemeenten zijn afgesproken dat kosten voor kinderopvang niet door Parlan worden vergoed. De Jeugdwet bepaalt echter dat pleegouders bepaalde noodzakelijke kosten voor hun pleegkind niet zelf hoeven te dragen.
Pleegzorgaanbieder moet beslissen
De vraag in de procedures was wie verantwoordelijk is voor een besluit over de vergoeding: de gemeente of de pleegzorgaanbieder. Volgens de Raad van State is dat in deze gevallen Parlan. Uit de wet- en regelgeving volgt dat de pleegzorgaanbieder beslist over de vergoeding van kosten aan pleegouders. Parlan geldt bij het nemen van zo’n besluit als bestuursorgaan.
Daarmee bevestigt de hoogste bestuursrechter het eerdere oordeel van de rechtbank Noord-Holland.
Geen reden om vergoeding te weigeren
In hoger beroep stond niet meer ter discussie dat kosten voor buitenschoolse opvang in principe voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De vraag was of Parlan de aanvragen van de twee pleegouders in deze gevallen mocht afwijzen.
Volgens de Raad van State kan een pleegzorgaanbieder een vergoeding alleen weigeren als de kosten niet redelijkerwijs noodzakelijk zijn, als er een andere vergoeding voor beschikbaar is of als de kosten op de ouders van de kinderen kunnen worden verhaald. Geen van deze uitzonderingen deed zich volgens de Raad van State in deze zaken voor. Parlan had de kosten daarom niet mogen weigeren.
Daarom moet de stichting de kosten voor buitenschoolse opvang van pleegkinderen betalen aan de pleegouders. Dat heeft zij inmiddels ook gedaan. Het is aan de gemeenten om te zorgen dat de gecontracteerde pleegzorgaanbieder daarvoor voldoende financiële middelen heeft.



Geef een reactie