Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de gemeente Doetinchem ten onrechte leges heeft geheven voor het in behandeling nemen van een verzoek tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Het Hof vernietigt daarom de aanslag leges van € 16.447 die aan belanghebbende was opgelegd.
De zaak betreft een verzoek van een onderneming om de bestemming van een perceel in Doetinchem te wijzigen van agrarisch naar recreatief gebruik. Daarbij zou tevens de bouw van een woning met bijgebouwen mogelijk worden gemaakt. Voor het behandelen van dit verzoek bracht de gemeente op grond van de Legesverordening 2021 een bedrag van € 16.447 aan leges in rekening. Zowel in bezwaar als bij de Rechtbank bleef deze aanslag in stand. De Rechtbank oordeelde dat sprake was van werkzaamheden die rechtstreeks en in overheersende mate verband hielden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang, namelijk de gewenste herontwikkeling van het perceel.
In hoger beroep stond de vraag centraal of het behandelen van een aanvraag voor een bestemmingsplan kan worden aangemerkt als een dienst waarvoor op grond van artikel 229 van de Gemeentewet leges mogen worden geheven. Volgens belanghebbende is dat niet het geval, omdat het vaststellen van een bestemmingsplan onderdeel is van de publieke taakuitoefening van de gemeente. De gemeente stelde daartegenover dat het verzoek juist gericht was op een concreet particulier belang van de aanvrager.
Het Hof volgt de redenering van belanghebbende. Volgens het Hof staat bij het vaststellen van een bestemmingsplan het publieke belang centraal. Een bestemmingsplan dient de goede ruimtelijke ordening en vormt de basis voor regels die gelden voor gronden binnen het plangebied. Juist dat publieke belang rechtvaardigt de beperkingen die een bestemmingsplan aan grondeigenaren oplegt. Het feit dat een particulier voordeel kan hebben van een bestemmingswijziging maakt volgens het Hof nog niet dat sprake is van dienstverlening aan een individualiseerbaar belang. Ook wanneer een bestemmingsplan slechts betrekking heeft op één of enkele percelen, blijft het vaststellen daarvan een publieke taak van de gemeenteraad.
Omdat het behandelen van een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan volgens het Hof niet kan worden aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 229 Gemeentewet, ontbreekt de wettelijke grondslag voor het heffen van leges. De aanslag wordt daarom vernietigd.




Geef een reactie