De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek van het Rotterdamse college om een voorlopige voorziening af. Het college hoeft een gevraagde wijziging niet automatisch toe te staan. Het heeft nog voldoende ruimte om opnieuw onderzoek te doen en zijn standpunt beter te onderbouwen. Daarom is er volgens de voorzieningenrechter geen urgente reden om de uitspraak van de rechtbank tijdelijk buiten werking te stellen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Deze zaak gaat over een inwoner van Rotterdam die zijn persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (brp) wil laten wijzigen. Het college van burgemeester en wethouders wees dat verzoek af. Het college twijfelde namelijk aan de geboorteverklaringen die waren gebruikt om zijn Nigeriaanse paspoort te verkrijgen.
De inwoner ging naar de rechtbank. Die oordeelde dat het college zijn beslissing onvoldoende had onderbouwd. Vooral het Nigeriaanse paspoort was volgens de rechtbank niet goed meegenomen in de beoordeling. Een officieel afgegeven en echt bevonden paspoort heeft in principe een grote bewijswaarde. Wie wil stellen dat de gegevens daarin toch niet kloppen, moet daarvoor goede argumenten en bewijs hebben.
Bewijsstukken
De rechtbank vernietigde daarom het besluit van het college. Het college moet opnieuw naar de zaak kijken en een nieuw besluit nemen. Daarbij moet het niet alleen het paspoort, maar ook andere aangeleverde bewijsstukken betrekken. Als het college twijfelt aan de echtheid van het paspoort, moet het daar onderzoek naar doen. En als het vindt dat het paspoort vanwege problemen bij de afgifte niet betrouwbaar is, moet het dat beter uitleggen.
Het college ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. Tegelijk vroeg het om een voorlopige voorziening. Daarmee wilde het voorkomen dat het al een nieuw besluit moest nemen voordat duidelijk is hoe het hoger beroep afloopt. Het college vreesde dat het de persoonsgegevens nu zou moeten wijzigen en die wijziging later misschien weer zou moeten terugdraaien.
Voldoende onderbouwd
De voorzieningenrechter van de Raad van State vindt die vrees onvoldoende om tijdelijk in te grijpen. De rechtbank heeft namelijk niet bepaald dat het college de persoonsgegevens móét wijzigen. Zij heeft alleen geoordeeld dat de eerdere afwijzing onvoldoende was gemotiveerd. Het college kan dus opnieuw besluiten het verzoek af te wijzen, zolang het daarvoor een goede en voldoende onderbouwde reden geeft.
Ook mag het college onder omstandigheden nog informatie uit oudere ambtsberichten over Nigeria gebruiken. Het moet dan wel uitleggen waarom die oudere informatie nog relevant en betrouwbaar is.



Geef een reactie