Na jaren van vergunningenstop tekent zich eindelijk een uitweg af in het stikstofdossier — al is die uitweg voorlopig smal en per gebied verschillend. Voor gemeenten die al langer vastlopen met woningbouw en andere ruimtelijke plannen, is dat zowel goed nieuws als een oproep om niet stil te gaan zitten.
Landsadvocaat Pels Rijcken concludeert dat het kabinetspakket voor landbouw, natuur en stikstof voldoet aan de eisen die de rechtspraak stelt, en dus weer ruimte kan bieden voor vergunningverlening. Minister Van Essen noemt zich door dit advies gesterkt in zijn aanpak.
Wat betekent dit voor gemeenten?
Gemeenten kampen al jaren met stagnerende bouwprojecten omdat provincies terughoudend zijn met natuurvergunningen. Het kabinet wil daar via twee sporen verandering in brengen: minder stikstofuitstoot en, waar dat aantoonbaar genoeg is, ruimte voor nieuwe vergunningen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving komt het emissiedoel voor 2035 hiermee binnen bereik, al blijft op meer dan de helft van de kwetsbare natuurgebieden de kritische grenswaarde overschreden.
Een drempelwaarde die woningbouw kan loshelpen
Concreet voor gemeenten: het kabinet wil op korte termijn een “rekenkundige ondergrens” invoeren, waarmee activiteiten met een zeer kleine stikstofbijdrage vergunningvrij worden. Dat moet met name PAS-melders, interimmers en woningbouwprojecten helpen die al jaren vastzitten in de vergunningsmolen. Grotere projecten en uitbreidingen blijven wel vergunningplichtig.
Vergunningverlening blijft gebiedsafhankelijk maatwerk
Belangrijk om te beseffen: er komt geen landelijke knop die overal tegelijk omgaat. Per Natura 2000-gebied moet eerst worden onderbouwd dat emissiereductie en natuurherstel samen voldoende zijn — de zogeheten additionaliteitsplannen. Provincies trekken die plannen, maar het Rijk betrekt daarbij nadrukkelijk ook medeoverheden, onder meer via een impulsbudget van 500 miljoen euro voor gebieden met prioriteit. Voor gemeenten betekent dit vooral: actief aansluiten bij de provinciale gebiedsprocessen, want daar wordt bepaald of en wanneer lokale bouwplannen weer vlot kunnen worden getrokken.
Geduld blijft geboden
Het PBL waarschuwt dat de uitvoering “grenst aan wat in tien jaar haalbaar is” en dat veel beleid, zoals de zonering rond natuurgebieden, nog moet worden uitgewerkt. Voor gemeenten is de boodschap dus tweeledig: er is voor het eerst in jaren een concreet juridisch fundament voor versoepeling, maar de daadwerkelijke ruimte ontstaat pas geleidelijk en verschilt sterk van gebied tot gebied.




Geef een reactie