Gemeenten moeten zich beter voorbereiden op verstoringen als stroomuitval, cyberaanvallen of overstromingen — en de tijd om dat vrijblijvend te doen, raakt op. De VNG heeft op 15 september een vernieuwde handreiking weerbaarheid en veerkracht gepubliceerd, met 41 concrete maatregelen die gemeenten dit jaar nog moeten oppakken.
De update komt niet uit de lucht vallen. Weerbaarheid staat al langer hoog op de bestuurlijke agenda, maar volgens de VNG groeit de kloof tussen wat er van gemeenten wordt verwacht en wat ze daadwerkelijk aankunnen. In de ledenbrief die bij de handreiking hoort waarschuwt de vereniging dat de gemeentelijke verantwoordelijkheid sneller toeneemt dan de capaciteit, financiering en rolverdeling worden uitgewerkt — met als gevolg oplopende spanning tussen wat bestuurlijk wordt afgesproken en wat uitvoerbaar is.
Zes pijlers, van serverstoring tot sociaal weefsel
De handreiking is opgebouwd rond zes pijlers: de continuïteit van de eigen organisatie, de crisisorganisatie, vitale voorzieningen, het sociaal weefsel, de zelfredzaamheid van inwoners, en de samenleving als geheel. Nieuw in deze versie is onder meer meer aandacht voor de eerste 72 uur na een verstoring, de samenhang tussen fysieke en digitale risico’s, en de positie van kwetsbare inwoners en locaties. Ook is er meer houvast voor afspraken met ketenpartners zoals energie- en telecombedrijven.
Praktijkvoorbeelden vervangen open normen
Waar eerdere versies van de handreiking vooral algemene kaders schetsten, bevat de nieuwe editie nu ook concrete voorbeelden uit gemeenten zelf — zoals een continuïteitsplan voor raad en griffie, en een burennoodplan. Die voorbeelden zijn te vinden op het Weerbaarheidsplein, dat de VNG inricht als centrale plek voor instrumenten en praktijkkennis, en dat de komende periode verder wordt uitgebreid.
Vier opdrachten voor college en raad
Concreet vraagt de VNG gemeenten om nog in 2026 vier stappen te zetten. Allereerst moeten colleges in kaart brengen waar de eigen organisatie staat op de zes pijlers, inclusief de bedrijfsvoering en uitvoerende diensten. Vervolgens moet duidelijk worden welke risico’s prioriteit krijgen en welke capaciteit daarvoor nodig is. Daarnaast moeten gemeenten vastleggen wat ze zelf oppakken en wat regionaal via de veiligheidsregio wordt geregeld. Tot slot moet helder zijn wie bestuurlijk verantwoordelijk is en hoe de gemeentesecretaris de uitvoering coördineert.
Voor veel gemeenten betekent dit dat weerbaarheid dit najaar niet langer een achtergronddossier kan blijven, maar een onderwerp wordt dat expliciet op de agenda van college en raad moet staan — terwijl de vraag hoe dit gefinancierd wordt, vooralsnog onbeantwoord blijft.




Geef een reactie