Heeft de politiek altijd gelijk? Nee, natuurlijk niet. Maar hoe ga je daar dan mee om? Terwijl ik tijdens vakantie uren in een bus door mooie landschappen zoefde, dacht ik daar over na.
Ik had net op mijn tablet gezien dat Eric Gerritsen, als voormalig SG van het ministerie van VWS, fors in de media werd aangepakt. Tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Corona zou hij zich te eigenzinnig en te weinig zelfkritisch hebben getoond. In diverse commentaren werd misprijzend gesproken over het dedain van een onverbeterlijke en arrogante vierde macht. Nu ken ik Gerritsen nog uit de tijd dat hij als gemeentesecretaris van Amsterdam sponsor was van de door Arre Zuurmond opgericht Kafkabrigade. Deze activistische onderzoeksgroep pakt bestuurlijke misstanden aan. Gerritsen leek mij niet iemand die zich op zou sluiten in zijn eigen gelijk. Juist met de Kafkabrigade had hij zich bereid getoond om verkeerd beleid te erkennen en te corrigeren. Gebeurde dat nu maar vaker. Stel dat een maand na het besluit tot het keihard aanpakken van misbruik van toeslagen, de verantwoordelijk ambtenaren zouden hebben gezegd: “Dit kan niet de bedoeling zijn, dat gaan we dus niet doen.” Achteraf zou ons dat de toeslagenaffaire hebben bespaard. Zouden dergelijke ambtenaren ook van arrogantie en misplaatste eigenzinnigheid zijn beticht?
Parallel
Daarover mijmerend in de bus zag ik een parallel met mijn rekenkamerwerk. Vrijwel elke rekenkamer werkt met strenge normenkaders om het beleid mee te beoordelen. Menigmaal stelde een assertieve wethouder of gemeentesecretaris mij de vraag waar dat normenkader op was gebaseerd. Immers, het was veel strenger dan wat de gemeenteraad ooit had verlangd. In feite wilde zo’n wethouder of gemeentesecretaris weten waar de rekenkamer het recht aan ontleende het beter te willen weten. Als de raad tevreden is, hoe kan een rekenkamer dan alsnog kritiek hebben?
Dun lijntje
De lezer kan wel vermoeden dat mijn sympathie ligt bij de kritische ambtenaren en de rekenkamers. Maar toch, ik realiseerde mij dat er maar een dun lijntje zit tussen ‘denken het beter te weten’ en ‘arrogantie’. En ja, misschien gaan assertieve ambtenaren of kritische rekenkamers soms die lijn over. Immers, waar ontlenen zij nu het recht aan het beter te willen weten? In al die tijd die ik had om erover na te denken kwam ik niet tot een bevredigend antwoord. Gelukkig parkeerde de bus bij weer een oud kerkje. Daar was tenminste geen twijfel aan hun eeuwige waarheid.
Peter Castenmiller is als senior-onderzoeker werkzaam bij PBLQ en doet al vele jaren onderzoek in het decentraal bestuur. Hij is tevens verbonden aan het Instituut Politicologie van de Universiteit Leiden en de Faculteit Bestuurskunde van de Vrije Universiteit.




Geef een reactie