Een oproep van minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting om terughoudend om te gaan met de handhaving op permanente bewoning van vakantieparken, krijgt bij veel gemeenten geen navolging. Uit onderzoek van regionale omroepen en de NOS blijkt dat de meeste gemeenten die eerder handhaafden hun beleid niet hebben aangepast.
Het kabinet wil voorkomen dat mensen die permanent in een vakantiehuis wonen op straat komen te staan. De minister vroeg gemeenten daarom in juli om bestaande bewoners voorlopig met rust te laten, behalve wanneer er zwaarwegende redenen zijn om op te treden, zoals onveiligheid of ondermijning.
Van de 112 onderzochte gemeenten die vóór de oproep handhaafden op permanente bewoning, hebben 97 hun beleid niet gewijzigd. Van de 177 gemeenten die in het onderzoek zijn meegenomen, zijn er 116 tegen permanente bewoning van recreatiewoningen.
Gemeenten willen zelf afweging maken
Gemeenten voeren verschillende redenen aan om te blijven handhaven. Zo willen Súdwest-Fryslân en Winterswijk recreatiewoningen beschikbaar houden voor toeristisch gebruik. Westerveld wijst erop dat toeristen geld besteden bij onder meer lokale horeca en daarmee bijdragen aan het in stand houden van voorzieningen. Zeewolde vreest dat een combinatie van toeristen en permanente bewoners op één park tot spanningen kan leiden en ten koste kan gaan van de recreatieve kwaliteit.
Gemeenten benadrukken bovendien dat zij zelf het beste zicht hebben op de lokale situatie en willen blijven bepalen waar ruimte is voor recreatie en waar voor wonen.
Minister Boekholt-O’Sullivan erkent dat lokale omstandigheden aanleiding kunnen geven om toch op te treden. Volgens haar moeten gemeenten zelf zorgvuldig de balans zoeken tussen recreatiemogelijkheden en hulp aan bewoners in schrijnende situaties. Het kabinetsbeleid is volgens de minister niet bedoeld om vakantieparken structureel in te zetten tegen de woningnood, maar om bestaande bewoners duidelijkheid te bieden en te voorkomen dat zij op straat belanden.




Geef een reactie