De voedselomgeving in tien onderzochte Nederlandse gemeenten is overwegend ongezond en is de afgelopen tien jaar in veel buurten verder verslechterd. Dat blijkt uit de nieuwe Voedseldrukmonitor, ontwikkeld door onderzoekers van Amsterdam UMC en de Universiteit van Amsterdam. De monitor maakt inzichtelijk in hoeverre inwoners in hun directe omgeving worden blootgesteld aan gezond en ongezond voedselaanbod.
De onderzoekers brachten de voedselomgeving in kaart in Almere, Amsterdam, Breda, Den Haag, ’s-Hertogenbosch, Groningen, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Tilburg. De monitor kent aan iedere buurt één score toe. Daarbij wordt gekeken naar het soort voedselverkooppunten, het aantal verkooppunten en de afstand tot deze locaties.
Meeste buurten ongezonder geworden
De scores lopen van -500 voor een uiterst ongezonde voedselomgeving tot +500 voor een uiterst gezonde omgeving. Een score van 0 geldt als neutraal. In 2024 scoren alle tien onderzochte gemeenten negatief, met scores tussen -252 en -327.
Binnen gemeenten zijn de verschillen aanzienlijk. Sommige buurten hebben een relatief neutrale voedselomgeving, terwijl andere buurten scores van rond de -450 behalen en daarmee als uiterst ongezond worden aangemerkt.
De onderzoekers vergeleken de situatie in 2024 met die in 2014. Daaruit blijkt dat 77% van de onderzochte buurten in tien jaar tijd ongezonder is geworden. Ook rondom scholen is het aanbod vaak ongezond: 93,6% van de middelbare scholen en mbo-scholen bevindt zich in een omgeving met veel verkooppunten van ongezond voedsel.
Gezonde keuze onder druk
Volgens onderzoeker Maud ter Bogt van Amsterdam UMC is een gezonde voedselomgeving belangrijk voor de volksgezondheid. Het grote aanbod van ongezond eten en drinken in onder meer winkelstraten, woonwijken en rond scholen, stations en ov-haltes maakt het volgens haar moeilijker om gezonde keuzes te maken. Dat kan bijdragen aan overgewicht en andere voedingsgerelateerde aandoeningen.
Hulpmiddel voor gemeenten en GGD’en
De Voedseldrukmonitor moet gemeenten en GGD’en helpen om de voedselomgeving systematisch in kaart te brengen en deze informatie bij beleidskeuzes te betrekken. Gemeenten hadden hiervoor volgens de onderzoekers tot nu toe maar beperkte instrumenten, terwijl zij wel verantwoordelijkheden hebben op het gebied van de bescherming en bevordering van de publieke gezondheid.
Met de monitor kunnen gemeenten onder meer vaststellen in welke buurten en rond welke scholen de ongezonde voedseldruk het hoogst is. Ook kunnen zij gebieden en steden onderling vergelijken en ontwikkelingen door de tijd volgen. De uitkomsten kunnen vervolgens worden betrokken bij bijvoorbeeld vergunningverlening, omgevingsplannen en gebiedsontwikkeling.




Geef een reactie