De vermakelijkhedenretributie te land (“rode bussenbelasting”) van de gemeente Amsterdam is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
In deze zaak draaide het om de vermakelijkhedenretributie te land (“rode bussenbelasting”) van de gemeente Amsterdam, die in 2019 werd geheven van aanbieders van stadstours in rode hop‑on‑hop‑off‑bussen (€ 0,66 per passagier per rit).
X BV meent dat de verordening onverbindend is en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat andere touringcarbedrijven met vergelijkbare activiteiten niet in de heffing worden betrokken. Rechtbank en hof hebben de BV in het ongelijk gesteld.
Gebrekkige controle
In het cassatieberoep is een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan. Volgens vaste rechtspraak moet voor begunstigend beleid aannemelijk zijn dat een gebrek aan handhaving het gevolg is van controlebeleid dat is gericht op begunstiging van een bepaalde groep; alleen gebrekkige controle volstaat niet. De PG volgt het hof in zijn oordeel dat X BV niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gemeente bewust een grote groep potentiële belastingplichtigen “ongemoeid” liet met het oogmerk die groep te begunstigen.
Voor de meerderheidsregel geldt bij aangiftebelastingen dat de belastingplichtige moet aantonen dat het bestuursorgaan bekend is met vergelijkbare gevallen waarin, ondanks beschikbare gegevens, geen naheffing plaatsvindt. X BV vindt die bewijslast ondoenlijk en pleit voor versoepeling. De PG wijst dat af. Wel acht hij de door rechtbank en hof geformuleerde bewijsvereisten soms te streng, maar dat schaadt X BV niet, omdat haar concrete bewijsmateriaal (foto’s, websites, advertenties) ook bij een juiste maatstaf onvoldoende is om vier concrete, vergelijkbare en na te heffen gevallen aan te tonen.
Ruime beleidsvrijheid gemeente
De klacht dat de verordening onverbindend is wegens onredelijke en willekeurige heffing faalt eveneens. De gemeente beschikt over ruime beleidsvrijheid; de vermakelijkhedenretributie is gericht op het laten bijdragen van toeristische vermakelijkheden aan de kosten van maatregelen tegen drukte en op een meer gelijk speelveld tussen rondvaarten en rondritten. Dat in de praktijk vooral de “rode bussen” onder de heffing vallen, maakt de regeling niet willekeurig, omdat andere touringcars veelal vervoer van A naar B aanbieden en niet hoofdzakelijk “vermaak”, zodat zij geen vergelijkbare gevallen zijn.
De PG adviseert tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.



Geef een reactie