Ouders die hun kind een gecombineerde achternaam willen geven, moeten die keuze vóór de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte vastleggen. Achteraf wijzigen via een akte van naamskeuze is niet mogelijk. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een kind uit 2025.
De zaak draaide om ouders die hun kind de achternamen van beide ouders wilden geven. Sinds 1 januari 2024 biedt de wet de mogelijkheid om voor zo’n gecombineerde achternaam te kiezen.
Bij de geboorte ging het echter anders. De moeder kon vanwege een keizersnede niet mee om aangifte te doen. De vader deed daarom op 13 februari 2025 digitaal geboorteaangifte bij de gemeente Gouda. Op dat moment werd geen officiële naamskeuze vastgelegd. Omdat de ouders getrouwd waren, kreeg het kind volgens de wettelijke standaardregel de achternaam van de vader.
De ouders verklaarden bij de rechtbank dat zij vanaf de geboorte al een gecombineerde achternaam voor hun kind wilden. De vader stelde bovendien dat een verpleegkundige hem had verteld dat de achternaam later nog kon worden gewijzigd met een medische verklaring.
Ruim twee maanden na de geboorte lieten de ouders daarom bij de gemeente Woerden alsnog een akte van naamskeuze opmaken. Daarin kozen ze voor een gecombineerde achternaam. De gemeente Gouda voegde die keuze vervolgens als latere vermelding toe aan de geboorteakte.
Bij een controle ontdekte de gemeente Woerden echter dat dit volgens de wettelijke regels niet had gemogen. Via de gemeente Gouda kwam de zaak uiteindelijk bij het Openbaar Ministerie en vervolgens bij de rechtbank terecht.
De rechtbank oordeelt dat de latere naamskeuze moet worden geschrapt. De regels voor achternamen zijn zogenoemd dwingend recht. Dat betekent dat de rechtbank er geen uitzondering op kan maken, ook niet vanwege de omstandigheden rond de geboorte.
Voor een eerste gezamenlijk kind kunnen ouders onder meer kiezen voor de achternaam van de vader, die van de moeder of een combinatie van beide namen. Voor een gecombineerde achternaam moeten beide ouders gezamenlijk een verklaring afleggen bij de burgerlijke stand. Dat moet vóór de geboorte of uiterlijk bij de geboorteaangifte gebeuren.
Dat de ouders aantoonbaar een andere bedoeling hadden, verandert volgens de rechtbank niets aan die wettelijke termijn. De in april vastgelegde naamskeuze was daarom ongeldig.




Geef een reactie