Bij de vorming van nieuwe gemeentebesturen blijkt pensioenonzekerheid een belangrijke drempel voor kandidaat-wethouders. Vooral ambtenaren die de overstap naar een politiek ambt overwegen, vrezen een fors financieel nadeel door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel schrijft de NOS.
Een kandidaat-wethouder uit een gemeente in het oosten van het land vertelt dat hij na dertig jaar in de ambtenarij eindelijk de kans krijgt wethouder te worden, maar ernstig twijfelt vanwege de mogelijke gevolgen voor zijn pensioen. Volgens berekeningen zou hij circa € 40.000 aan pensioencompensatie kunnen mislopen, wat neerkomt op ongeveer € 170 minder pensioen per maand. “Wethouder worden is een prachtige uitdaging, maar dit is financieel wel een grote stap”, aldus de kandidaat.
Hij staat daarin niet alleen. De Nederlandse Wethoudersvereniging ontvangt al maanden vragen van bezorgde kandidaat-wethouders. Sinds februari hebben zich volgens directeur Hatte van der Woude zeker veertig aspirant-wethouders gemeld met zorgen over een mogelijk pensioengat. Veel van hen zijn afkomstig uit de ambtenarij en bouwen pensioen op bij het ABP.
Overgang naar nieuw pensioenstelsel
De zorgen hangen samen met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, die uiterlijk op 1 januari 2028 moet zijn afgerond. Daarbij ontvangen bepaalde leeftijdsgroepen een financiële compensatie, omdat zij nadeel ondervinden van het verdwijnen van de huidige doorsneesystematiek.
Die compensatie geldt echter alleen voor werknemers die op het moment van overgang actief deelnemen aan hun pensioenfonds. Werknemers die van baan wisselen en daardoor “slaper” worden bij hun oude fonds, verliezen in beginsel hun recht op compensatie.
Dat treft juist politici zoals wethouders, ministers en raadsleden. Zij bouwen pensioen op via de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) en stoppen daardoor tijdelijk met pensioenopbouw bij hun oorspronkelijke fonds, zoals het ABP. Voor de APPA-regeling is de compensatie nog niet definitief geregeld.
Waarom compensatie nodig is
In het huidige pensioenstelsel betalen jongere werknemers relatief meer premie, waarmee mede de pensioenopbouw van oudere generaties wordt gefinancierd. In het nieuwe stelsel vervalt deze systematiek. Werknemers die zich midden in hun loopbaan bevinden, hebben daardoor jarenlang extra premie betaald zonder later nog van dezelfde solidariteit te profiteren.
Daarom worden zij bij de overgang financieel gecompenseerd. Hoe hoog die compensatie precies is, verschilt per pensioenfonds en hangt af van de beschikbare middelen.
Volgens het ministerie van Sociale Zaken zullen mogelijk “enkele tienduizenden” Nederlanders compensatie mislopen doordat zij rond de overgang van baan wisselen. Bij het ABP speelt dit extra sterk, omdat het fonds al in 2027 overstapt naar het nieuwe stelsel.
Grote bedragen
De financiële gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Naast de kandidaat-wethouder uit het oosten van het land sprak de NOS ook met een schooldirecteur die wethouder wil worden. Hij zou door de overstap naar het wethouderschap ongeveer € 36.000 aan compensatie mislopen.
Het ABP bevestigt dat veel deelnemers vragen stellen over de compensatieregelingen en de gevolgen van een overstap naar een politiek ambt.
Vrijwillige voortzetting niet mogelijk
In sommige situaties kunnen werknemers actief deelnemer blijven door vrijwillig pensioenpremie te blijven betalen bij hun oude fonds. Voor ambtenaren die wethouder worden, blijkt die mogelijkheid bij het ABP echter fiscaal niet toegestaan. Zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken als het ABP bevestigen dat vrijwillige voortzetting niet mogelijk is.
Wel bestaat het voornemen dat het ABP per 1 januari 2028 ook de pensioenregelingen van politieke ambtsdragers gaat uitvoeren. Het idee is dat wethouders, ministers en raadsleden dan vergelijkbare compensatieregelingen krijgen als andere ABP-deelnemers. Daarvoor is echter nog wetgeving nodig, die bovendien nog door beide Kamers moet worden goedgekeurd.
Blijvende onzekerheid
Voor kandidaat-wethouders blijft daardoor onzekerheid bestaan. Bovendien is het wethouderschap politiek kwetsbaar: anders dan raadsleden blijven wethouders lang niet altijd een volledige bestuursperiode aan.
Volgens het ministerie ontvangt een wethouder die vóór 2028 aftreedt slechts de helft van de compensatie. Dat maakt de financiële afweging voor veel kandidaten extra ingewikkeld. De Wethoudersvereniging vreest dan ook dat geschikte kandidaten uiteindelijk afzien van het wethouderschap vanwege de pensioenrisico’s.
Bron: NOS, 7 mei 2026


Geef een reactie