Volgens Rechtbank Noord-Holland is aan een winkelbedrijf terecht een aanslag reclamebelasting van 7.500 euro opgelegd.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of een lichtgroene kleurband op de gevel en luifel van het pand moet worden aangemerkt als een “openbare aankondiging” in de zin van de gemeentelijke verordening en dus meetelt bij de berekening van de belastbare oppervlakte.
Belanghebbende exploiteert een speciaalzaak die onderdeel uitmaakt van een landelijke winkelketen. Op de gevel en luifel van het pand is een lichtgroene kleur aangebracht, naast andere duidelijke reclame-uitingen zoals logo’s, vlaggen en borden. De gemeente heeft op basis van de totale oppervlakte van deze uitingen (153,02 m²) reclamebelasting geheven volgens het tarief voor 100–200 m².
Belanghebbende stelt dat de groene kleurband geen reclame vormt, omdat het slechts een effen kleur betreft die bovendien niet meer overeenkomt met de huidige huisstijl of het logo van de onderneming. Volgens haar moet deze oppervlakte daarom buiten beschouwing blijven, wat zou leiden tot een lagere belasting.
Zichtbaar vanaf de openbare weg
De rechtbank volgt dit standpunt niet. Op grond van de Gemeentewet en de gemeentelijke verordening kan reclamebelasting worden geheven voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Het begrip “openbare aankondiging” wordt ruim uitgelegd en omvat niet alleen teksten en logo’s, maar ook kleuren en vormen, mits deze bedoeld zijn om de aandacht van het publiek te trekken.
De rechtbank oordeelt dat de lichtgroene kleurband wel degelijk een reclamefunctie heeft. Daarbij is van belang dat deze kleur historisch onderdeel was van de huisstijl van de winkelketen en nog steeds bij andere filialen wordt gebruikt. Hierdoor roept de kleur associaties op met de winkelketen en draagt deze bij aan de herkenbaarheid van de winkel voor het publiek. Dat de kleur niet meer exact overeenkomt met het huidige logo, doet daar niet aan af. In combinatie met de overige reclame-uitingen vormt de kleurband volgens de rechtbank een op het publiek gerichte mededeling.
Daarnaast verwerpt de rechtbank het betoog dat de reclamebelasting of het tarief onrechtmatig zou zijn. De belasting heeft een duidelijke wettelijke grondslag en gemeenten hebben ruime vrijheid bij het vaststellen van tarieven. De gekozen systematiek, waarbij de hoogte afhankelijk is van de oppervlakte van reclame-uitingen, is toegestaan en niet in strijd met algemene rechtsbeginselen zoals het evenredigheidsbeginsel. Uit de toelichting van de gemeente blijkt bovendien dat bij de invoering rekening is gehouden met de belangen van ondernemers.
De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard.



Geef een reactie