Eenvoudig openbare ruimte beheren

0

Gemeenten zijn dom als ze bij het beheer niet via een landelijke standaard gaan werken. Drechtsteden geeft het voorbeeld.

Weten waar je als gemeente over beschikt, zodat je het geheel ook beter kunt beheren. Het gebruik van een beheersysteem openbare ruimte is voor gemeenten niet nieuw. Wel nieuw is dat die beheersystemen nu ook gaan werken aan de hand van een landelijke standaard: IMBOR. Weliswaar niet verplicht, maar de voordelen zijn zo groot dat gemeenten dom zouden zijn om het niet te gaan gebruiken. Althans dat vindt Theo Santegoets, namens het samenwerkingsverband Drechtsteden.

Op de plaats waar de Merwede zich splitst in de Noord en de Oude Maas ligt Dordrecht, qua grootte de vijfde gemeente van Zuid-Holland. Dordrecht is een van de gemeenten die deel uitmaakt van Drechtsteden, een club van zes/zeven gemeenten (Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht en binnenkort ook de gemeente Hardinxveld-Giessendam) die op een flink aantal terreinen samenwerken. Een van die gezamenlijke terreinen is het beheersysteem openbare ruimte. In het beheersysteem worden gegevens opgeslagen die te maken hebben met onder meer wegbeheer, groenbeheer, rioolbeheer, speeltoestellen, constructies enzovoorts. Het zijn alle objecten die stuk voor stuk een relatie hebben met de Basisregistratie Grootschalige Topgrafie (BGT).

IMBOR

Voor de selectie van een nieuw, gezamenlijk beheersysteem openbare ruimte werd door de Drechtsteden-partijen een aantal eisen opgesteld. Bijvoorbeeld over een uniforme opbouw van het datamodel voor de wegbeheervakken en de groenbeheervakken. Dat resulteerde in een soort van Drechtstedenstandaard, die wonderwel goed aansloot bij een landelijk initiatief: IMBOR (Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte). “Onze adviseurs Alfons Schuurmans en Jochem Mollema hielpen ons bij het opstellen van de eisen voor een gezamenlijk beheersysteem en via hen zijn wij in aanraking gekomen met de landelijke standaard IMBOR, waarvan toentertijd net de contouren zichtbaar waren”, aldus Theo Santegoets, naast zijn werk als deeltijdadviseur strategie en innovatie en deeltijdadviseur asset management bij de gemeente Dordrecht nauw betrokken bij het optuigen van het integraal beheersysteem. “Besloten werd dan ook om onze input te gebruiken bij het verder uniformeren van de landelijke standaard. Net als de input van de gemeente Amsterdam. Dat heeft geresulteerd in twee proeftuinen.” De proeftuinen waren onderdeel van het project ‘IMBOR’, waarvoor het nationale kennisplatform CROW verantwoordelijk is.

De deelnemende Drechtsteden-partijen werken bij voorkeur met landelijke standaarden. “In onze voorwaarden voor het uitvragen van een nieuw systeem stond dan ook dat wij ons zouden conformeren aan landelijke standaarden, zodra die voor het beheer openbare ruimte beschikbaar zouden zijn. Niet wetende dat het voor het datamodel al zo snel zou spelen. De reden dat we graag werken met landelijke standaarden heeft vooral te maken dat standaarden leiden tot grote efficiency voordelen. Als alle partijen met één standaard werken kan kennis sneller gedeeld worden en worden er minder fouten gemaakt. Een beheersysteem, zoals deze, schaf je voor minimaal vijf jaar aan. Liever nog voor tien jaar of langer. Dan moet je de mogelijkheid hebben om tussentijds het systeem aan te kunnen passen aan landelijke (open) standaarden. Het mooie is geweest dat vrijwel onze hele input voor een eigen Drechtsteden-standaard, meegenomen is in het IMBOR-proces. Omdat wij veel tijd en energie gestopt hadden in dat eigen proces, was ik toch wel enigszins beducht voor de reactie van onze mensen. De wegbeheerders, groenbeheerders, rioolbeheerders, speeltuinbeheerders, enzovoorts van de Drechtsteden. Maar zij waren allemaal positief over het aansluiten op de landelijke standaard, ook al omdat zij daarin een groot deel van hun werk terugzagen.”

Voordelen

Het werken met landelijke (open) standaarden heeft niet alleen als voordeel dat organisaties (zoals gemeenten) tussentijds gemakkelijker veranderingen kunnen aanbrengen. Ook is het kostenbesparend. “Nu zijn er een paar honderd gemeenten en samenwerkingsverbanden die een beheersysteem openbare ruimte hebben. Het op orde houden van die systemen, en de eigen standaarden die daar aan hangen, kost veel geld. Temeer omdat steeds meer systemen aan elkaar gekoppeld worden zoals de Drechtsteden gaan doen met de verschillende basisregistraties. Door te kiezen voor IMBOR bespaar je als BV Nederland over een periode van vijf tot tien jaar als snel een groot aantal tonnen” en bovendien zorgt het ervoor dat gemeenten minder afhankelijk worden van leveranciers. “Vooral dat laatste vind ik belangrijk. Wil je het systeem in een later stadium uitbouwen, bijvoorbeeld met toepassingen die je nu nog niet kunt voorzien, dan moet dat kunnen. Als je eigen leverancier niet kan of wil voldoen aan jouw wensen, dan moet je uit kunnen wijken naar een ander. Met een landelijk databasemodel wordt dat alleen maar gemakkelijker. Leveranciers, met name de grote jongens, zúllen ook wel mee moeten in die gedachtegang. Anders missen ze de boot.”

Een ander groot winstpunt van IMBOR is verder dat het naadloos aansluit op de BGT en op IMGeo (Informatiemodel Geografie), de landelijke standaard die wordt beheerd door Geonovum. Met die cocktail van drie standaarden beschikt een beheerder openbare ruimte over alle relevante informatie. Wat betreft de BGT beschouwt Santegoets IMBOR als een verdiepingsslag. “De BGT is een goede aanzet, maar voor een gemeentelijke beheerder is de kaart niet volledig genoeg. Een beheerder wil exact weten wat de locatie van bomen, lantaarnpalen of riooldeksels is en wat de status is, dus heeft hij of zij veel meer informatie nodig. Dat kan door gebruik te maken van die drie landelijke standaarden.”VNG/KING heeft intussen een project opgestart om gemeenten te ondersteunen bij het inrichten van de processen voor het uitwisselen van gegevens tussen de BGT|IMGeo en de beheersystemen.

Resultaten vergelijken

Het hebben van een beheersysteem openbare ruimte is vooral ingegeven om beter te weten waar je als gemeente over beschikt, zodat je het geheel ook beter kunt beheren voor nu en op de lange termijn. Ook is het, zij het misschien iets minder relevant dat een paar jaar geleden, een goed instrument om te kijken waar een gemeente op kan besparen. Het beheersysteem zorgt voor een actueel overzicht van de arealen binnen een gemeentegrenzen. “Je kunt als gemeente bijvoorbeeld uitrekenen hoeveel vierkante meter rozenperkjes je hebt en hoeveel je daar op kunt besparen. Of je kunt uitrekenen hoeveel geld je minder kwijt bent als je kiest voor beheer op beeldkwaliteits niveau B in plaats van niveau A. Maar dat kan alleen als je een actueel beheersysteem hebt.” Door gebruik te maken van een landelijke standaard, zoals IMBOR, wordt het bovendien mogelijk om de eigen resultaten te vergelijken met andere gemeenten. “Als veel gemeenten met het IMBOR zouden gaan werken, dan zou dat de benchmark tussen gemeenten moeten vergemakkelijken. Met name voor raadsleden is dat fijn, want die willen vaak graag weten hoe hun gemeente het doet ten opzichte van andere gemeenten.”

Provincies en waterschappen

Over het algemeen laten wegen, water, groen en riool zich niet stoppen door gemeentegrenzen. Dat betekent dat gemeenten in de meeste gevallen ook te maken hebben met andere gemeenten, provincies en waterschappen. Alleen daarom al zou het een uitkomst zijn als ook die partijen zouden aansluiten op IMBOR. “Een beetje uniek voor Dordrecht is dat het een eiland is. Als we het hebben over objecten, hebben wij als gemeente bijna niks met de buren te maken. Behalve als het om bruggen en tunnels gaat. Wij hebben nergens grond die direct grenst aan een andere gemeente of een watergang die van de ene gemeente naar de andere loopt. Natuurlijk hebben wij wel met andere bronhouders zoals bij voorbeeld het waterschap te maken. Zij hebben bijvoorbeeld een aantal watergangen in beheer bij ons.

Als wij hetzelfde datamodel zouden gebruiken, zou het beheer ook wat gemakkelijker kunnen. Dan zouden wij bijvoorbeeld het beheer van een bepaalde watergang voor onze rekening kunnen nemen. Andersom zouden wij het waterschap kunnen vragen het beheer van een bepaald stuk van het areaal van ons over te nemen. Als je hetzelfde datamodel gebruikt, kan dat veel eenvoudiger. Het gebruik van een landelijke standaard, zoals IMBOR, kan daar zeker een verbindende rol in spelen.”

 

[([002_860_rb-image-2885851.jpeg])]

17 November

Congres Omgevingswet in Uitvoering. Meer informatie >>

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer