Woningcorporaties krijgen meer ruimte om te investeren in sociale woningbouw. Dat blijkt uit een doorrekening van de Nationale Prestatieafspraken. De vereniging van woningcorporaties Aedes, heeft twijfels over de toezegging en vindt dat het kabinet de financiële positie van corporaties onderschat.
Om de woningbouw te stimuleren onderzoekt het kabinet samen met de woningcorporaties welke extra maatregelen nodig zijn om te kunnen investeren. De extra investeringen zijn niet alleen nodig voor nieuwbouw, maar ook voor onderhoud en verduurzaming van het bestaande woningbestand. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft op 5 juni een doorrekening van de Nationale Prestatieafspraken (NPA) naar de Tweede Kamer gestuurd. Daar komt onder meer uit dat corporaties meer te besteden krijgen door de maatregelen uit het coalitieakkoord. In de Kamerbrief staat verder dat er vooralsnog wel zorgen blijven of dit voldoende is om de gemaakte afspraken te kunnen uitvoeren.
Afspraken over 30.000 woningen per jaar
In de NPA hebben het toenmalige kabinet en de corporaties eind 2024 afgesproken om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 sociale huurwoningen te bouwen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over betaalbaarheid, leefbaarheid en verduurzaming. Vanaf 2028 moeten de woningen met de slechtste energielabels (E, F, G) zijn verduurzaamd, onder meer door een betere isolatie. De verwachting is dat 75 procent van de corporatiewoningen in 2034 een label heeft van minimaal A. In januari van dit jaar bleek echter dat de sector 19,4 miljard euro tekort kwam op een totaal budget 115 miljard euro tot 2035. Dit werd met name toegeschreven aan hogere rentelasten en stijgende onderhoudskosten.
Doorrekening
Uit de doorrekening van de NPA blijkt dat het kabinet de investeringsruimte van de woningcorporaties met 22,6 miljard euro heeft vergroot. Hiermee is het eerder berekende tekort van 19,4 miljard euro in theorie oplosbaar. De investeringen en het beschikbare geld zijn echter niet gelijkelijk verdeeld over de corporaties en de regio’s in het land. Niet alle corporaties hebben daarom voldoende geld om afzonderlijk hun plannen uit te voeren.
Dat zou misschien opgelost kunnen worden als corporaties elkaar onderling op dit vlak financieel ondersteunen. Boekholt-O’Sullivan acht dit niet realistisch, zo schrijft zij aan de Tweede Kamer. Dat moet volgens haar op zo’n grote schaal gebeuren dat je niet kunt verwachten dat het tekort hiermee volledig wordt ingelopen. Uit de doorrekening blijkt dat ongeveer 18,6 miljard euro herverdeeld moet worden op het totaal van 115 miljard euro.
Maatregelen
Het Kabinet somt in het coalitieakkoord de maatregelen op die het voor de corporaties makkelijker moeten maken om te investeren in sociale woningbouw. Zo moeten er een inkomenstoetsing en meer passende huurgelden komen. Boekholt-O’Sullivan schrijft dat het huidige grote tekort aan sociale huurwoningen rechtvaardigt dat huishoudens met meer financiële draagkracht meer huur gaan betalen. De minister verkent momenteel samen met de sector ook of het instrument inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (IAH) verplicht kan worden gesteld. Verder wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een vermogenstoets bij nieuwe huurcontracten. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een vermogensafhankelijke huurverhoging voor bestaande huurders. Die zal dan hoger uitpakken dan de reguliere jaarlijkse huurverhoging.
Tot slot verlaagthet kabinet de vennootschapsbelasting structureel met 250 miljoen euro per jaar, oplopend naar jaarlijks 325 miljoen euro in 2032. Ook moeten woningcorporaties goedkoper geld kunnen lenen voor de bouw van woningen voor middeninkomens, de zogeheten middenhuur. De Europese Commissie heeft hier onlangs meer ruimte voor geboden met een nieuw staatssteunbesluit.
Aedes waarschuwt
Volgens Aedes, de vereniging van woningcorporaties, erkent het kabinet dat investeringen voor woningcorporaties onder druk staan, maar schuift het acties en maatregelen voor verbeteringen vooruit. Onverstandig, reageert Aedes namens de woningcorporaties. De belangenbehartiger waarschuwt dat de Kamerbrief van Boekholt-O’Sullivan van 5 juni een incompleet beeld schetst ‘van de prangende financiële uitdagingen’. ‘Zonder snelle, concrete en zekere keuzes, gaan de corporaties het tempo van 25.000 woningen per jaar niet volhouden en zeker niet versnellen naar de benodigde 35.000 op den duur’, schrijft Aedes in een online reactie op de Kamerbrief.
Financiële problemen corporaties onderschat
Het kabinet heeft in het coalitieakkoord een paar belangrijke stappen gezet om de investeringsruimte van corporaties te verbeteren, maar gaat volgens Aedes voorbij aan de extra investeringsopgaven die volgen uit het coalitieakkoord en de verslechterde economische situatie. ‘Juist daardoor wordt het structurele tekort aan investeringsruimte onderschat en kunnen corporaties binnenkort al geen nieuwe investeringsverplichtingen aangaan.’ Een regio als Haaglanden ondervindt deze hinder nu al, stelt Aedes.
De woningcorporaties moeten dealen met stijgende energieprijzen, hogere bouwkosten, en hebben bijvoorbeeld extra middelen nodig voor doorstroomlocaties voor statushouders. Ook worden er hogere eisen gesteld aan verduurzaming en zien ze de rente oplopen als gevolg van de oorlog in Iran. Deze ontwikkelingen hebben, zoals de minister ook vermeldt in haar brief, nog geen plek gekregen in de nu gepresenteerde cijfers. Aedes: ‘Corporaties moeten bij het opstellen van hun begroting uitgaan van de meest recente economische verwachtingen. Hierdoor staat naar verwachting nog eens 10 miljard euro aan extra investeringsruimte onder druk.’




Geef een reactie