Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft Kamervragen beantwoord over het gebruik van UF-schuim als isolatiemateriaal in woningen en de mogelijke blootstelling aan formaldehyde.
Aanleiding is berichtgeving over woningcorporaties die onderzoeken in hoeveel woningen het materiaal is toegepast. Volgens de minister is UF-schuim de afgelopen jaren in tienduizenden woningen gebruikt en gebeurde dit verspreid over heel Nederland. Hoeveel huurwoningen precies met het materiaal zijn geïsoleerd, is niet bekend. Die informatie wordt niet landelijk geregistreerd, maar veel woningcorporaties hebben zelf inmiddels onderzoek gedaan of zijn daar nog mee bezig.
De minister vindt het belangrijk dat huurders met vragen of klachten bij hun verhuurder terechtkunnen. Corporaties zouden bewoners moeten oproepen zich te melden bij klachten die mogelijk verband houden met UF-schuim en waar nodig metingen moeten laten uitvoeren. Volgens de minister gebeurt dat voor zover zij weet al. Zij kondigt geen verplichting aan voor corporaties om alle bewoners actief te informeren over de aanwezigheid van UF-schuim.
In februari 2026 adviseerden de GGD’en om UF-schuim voorlopig niet meer te gebruiken. De minister onderschreef dat advies en besloot de subsidiëring van nieuwe isolatiemaatregelen met UF-schuim tijdelijk te beëindigen. De subsidieregelingen werden per 1 april 2026 aangepast.
Het verwijderen van UF-schuim is volgens de minister technisch mogelijk, maar niet altijd noodzakelijk of nuttig. Dat geldt bijvoorbeeld als bewoners geen gezondheidsklachten hebben of als het schuim al langer dan een jaar aanwezig is. In een enkel geval nam de concentratie formaldehyde na verwijdering zelfs toe. Kosten voor onder meer onderzoek en eventuele herhuisvesting komen bij de corporaties terecht; zij kunnen proberen die op verantwoordelijke partijen te verhalen.
Geen landelijk verbod
Een landelijk verbod op UF-schuim komt er vooralsnog niet. De minister gaat ervan uit dat het materiaal momenteel niet meer wordt toegepast, omdat onder meer GGD’en, branchevereniging VENIN en Aedes daartoe hebben opgeroepen. Formaldehyde geldt bovendien al als Zeer Zorgwekkende Stof. Een nationaal productverbod ligt volgens haar vanwege de Europese interne markt niet voor de hand; een Europese beperking via REACH zou bovendien ongeveer vijf jaar kosten.
Het RIVM heeft op 1 september nieuwe gezondheidskundige advieswaarden voor formaldehyde in binnenlucht gepubliceerd. De minister onderzoekt nu of de wettelijke grenswaarde in het Besluit bouwwerken leefomgeving moet worden aangepast en wil daar voor het einde van 2026 op reageren. Bewoners met zorgen kunnen ondertussen terecht bij de GGD of hun verhuurder; bij gezondheidsklachten adviseert de minister contact met de huisarts.




Geef een reactie