Het stroomnet raakt vol, en dat raakt ook de woningbouw. Netbewust bouwen is een manier om netcongestie te beperken en helpt bouwers, gemeenten en netbeheerders om al vroeg na te denken over energiegebruik.
Netcongestie ontstaat wanneer te veel huishoudens en bedrijven tegelijk stroom vragen. Bijvoorbeeld als bewoners thuiskomen, de warmtepomp aanslaat, de auto wordt opgeladen en er wordt gekookt. Stedin vergelijkt netcongestie met file op de weg. Meestal is er genoeg ruimte, maar op drukke momenten kan het stroomnet overbelast raken. Dat kan leiden tot spanningsproblemen, waarbij de elektriciteit uitvalt of zonnepanelen niet terug kunnen leveren aan het net.
Om overbelasting van het net te voorkomen verdeelt de Autoriteit Consument en Markt de schaarse capaciteit sinds januari 2026 via een prioriteringskader: eerst congestieverzachters, die zorgen voor meer ruimte op het net, dan veiligheid, en daarna basisbehoeften zoals wonen en onderwijs. Organisaties krijgen niet automatisch voorrang, maar moeten dit aanvragen en de noodzaak aantonen.
Verzwaren, verminderen en verdelen
De oplossing van deze problemen wordt vaak gezocht in een verzwaring van het net. Maar dat alleen is niet voldoende. Er wordt namelijk steeds meer elektriciteit gebruikt en de verwachting is dat elektrificatie in de komende jaren doorgaat.
Daarom moet er ook ingezet worden op een lager energieverbruik en het voorkomen van pieken in het gebruik. Bij de bouw van nieuwe woningen wordt hier al rekening mee gehouden. Bijvoorbeeld door woningen met een lage energievraag te bouwen, met collectieve warmtevoorzieningen en gemeenschappelijke energieopslag.
Provincies leggen de norm vast
De provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht leggen een norm voor netbewuste nieuwbouw vast in hun omgevingsverordening. Die norm stelt een grens aan de maximale piekbelasting die alle woningen samen in een nieuwbouwwijk mogen veroorzaken; projectontwikkelaars moeten bij hun omgevingsvergunning aantonen dat ze binnen die grens blijven. Zodra de provinciale instructieregels zijn vastgesteld, zijn gemeenten verplicht deze norm over te nemen in hun omgevingsplan.
De drie provincies verwachten dat de regels in de loop van 2027 in werking zullen treden. Ze adviseren gemeenten en ontwikkelaars om ook in de tussentijd al zoveel mogelijk netbewust te bouwen. Inmiddels heeft het Rijk aangekondigd om vergelijkbare eisen op te nemen in het Bbl. Dit zou vanaf 1 januari 2028 moeten gaan gelden.
Batterijopslag en solarcarports
Veel gemeenten zijn intussen al bezig met netbewust bouwen. Amersfoort stelde een actieplan Netcongestie Amersfoort op waarin de gemeente drie sporen onderscheidt: netuitbreiding, een netbewuste stad en het energiesysteem van de toekomst. Bij het spoor netbewuste stad wil de gemeente de netbelasting gelijkmatiger over de dag verspreiden, onder meer via batterijopslag, energiehubs op bedrijventerreinen en slim laden van elektrische auto’s.
Ook bij de gebiedsontwikkelingen in Deventer is netbewust bouwen een belangrijk onderdeel van het proces. Dat geldt bijvoorbeeld voor de herontwikkeling van Wechelerhoek, waar 1500 tot 1600 woningen moeten komen. Daar worden verschillende ‘netbewuste energieconcepten’ ontwikkeld. Zoals klimaatadaptief bouwen met groene daken, bladverliezende bomen dicht bij bebouwing zodat de zon in de winter naar binnen kan schijnen, en solarcarports voor het opladen van elektrische auto’s.
Voor de volledige nieuwbouwopgave van circa 11.000 woningen in Deventer berekende de gemeente dat netbewuste maatregelen de netbelasting met ongeveer 30 procent kunnen verlagen, van 15 naar 11 MW. Daar staat een meerinvestering tegenover van circa € 4.500 per woning, in totaal zo’n € 50 miljoen.


Geef een reactie