De ene persoon met een laag inkomen kan zomaar honderden euro’s per jaar meer inkomenstoeslag krijgen dan de andere. Dit hangt af van de gemeente waar je woont. Zowel de inkomensgrenzen als de bedragen lopen uiteen. Dat blijkt uit net gepubliceerd onderzoek van het Instituut voor Publieke Economie (IPE).
IPE onderzocht voor bijna alle Nederlandse gemeenten de hoogte van de individuele inkomenstoeslag (IIT) en de bijbehorende inkomensgrenzen en zette die in een kaart. Een van de opmerkelijkste uitkomsten is het vaak grote verschil tussen buurgemeenten. Een afstand van hemelsbreed misschien een kilometer kan veel geld schelen.
Meer transparantie
Zo krijgt een stel met kinderen met een inkomen op bijstandsniveau in Almelo dit jaar 115 euro toeslag, in buurgemeente Twenterand is dat 900 euro. En in de Bilt bijvoorbeeld krijgt een alleenstaande oudere jaarlijks 694 euro meer dan in buurgemeente Utrecht. Die verschillen zijn niet uit te leggen, aldus het IPE. Met dit huidige onderzoek wil het IPE de verschillen tussen gemeenten beter zichtbaar maken, zodat er vanuit Den Haag meer wordt gedaan om die te verkleinen. In het armoedebeleid van Kabinet Jetten wordt dit wel genoemd, maar worden er nog geen concrete handvatten aan gegeven.
Wie krijgt wat waar?
De verschillen in individuele inkomenstoeslag komen in het hele land voor, zo laat de kaart zien. Gemiddeld verstrekken gemeenten aan een alleenstaande met een laag inkomen jaarlijks 488 euro. Voor een alleenstaande ouder is dit bedrag 599, voor een stel zonder kind 695 euro en voor een stel met kind 717 euro. Maar gezien de grote verschillen tussen gemeenten zeggen deze gemiddelden lang niet alles.
Zo krijgt een alleenstaande in Diemen 710 euro en in Almelo slechts 80 euro. Een alleenstaande ouder kan zich het beste op Ameland vestigen, want daar is de jaarlijkse toeslag 1031 euro, tegen 50 euro in Utrecht. Een stel zonder kind is het beste af in Oost Gelre met 1026 euro en opnieuw het slechtste in Almelo met 115 euro. Een gezin met kinderen tenslotte krijgt in drie gemeenten, Deurne, Gemert-Bakel en Laarbeek, het hoogste bedrag van 1272 euro. Ook als gezin kom je er met 115 euro het meest bekaaid vanaf in Almelo, waar je net zoveel ontvangt als een stel zonder kinderen.
Landelijk in plaats van lokaal
Tot nu toe mogen gemeenten zelf de hoogte en voorwaarden voor de inkomenstoeslag bepalen. Veel gemeenten hebben ook andere regelingen voor minima, zoals een stadspas, en zorgen op die manier ook voor hun inwoners met een laag inkomen. Gemeente Amsterdam stelt bijvoorbeeld dat de inkomenstoeslag slechts een van de vele minimaregelingen is voor de inwoners.
Toch blijven er volgens IPE ook flinke verschillen bestaan als je naar het complete pakket aan toeslagen en andere voordelen kijkt. Daarom pleit de organisatie al enige tijd voor een uniforme landelijke regeling. Door al die verschillende regelingen in gemeenten zien mensen vaak door de bomen het bos niet meer en lopen zij toeslagen mis waar ze wel recht op hebben.
Onrechtvaardig armoedebeleid
De onderlinge verschillen tussen gemeenten zijn nog groter dan vooraf gedacht, aldus het IPE. Bovendien zijn ze toegenomen sinds gemeenten in 2015 meer verantwoordelijkheden hebben gekregen.
Drie jaar geleden kwam hier ook al kritiek op van de landelijke Commissie Sociaal Minimum. Die onderzocht of het door de regering vastgestelde bestaansminimum ook echt voldoende was om van te leven. Ook werd toen gekeken of het stelsel met landelijke en gemeentelijke toeslagen de minima wel de beloofde bestaanszekerheid bood. Uit het rapport van de commissie kwam duidelijk naar voren dat minima gelijk behandeld moeten worden, ongeacht hun woonplaats, omdat de huidige verschillen onrechtvaardig zijn.




Geef een reactie