Lector Jeugdzorg: ‘Reageer niet overdreven op drama’s’

5

Goos Cardol bekleedt het bijzondere lectoraat Opvoeden in het publieke domein. De lector ziet kansen voor betere en goedkopere zorg, en grote risico’s. “Het moet ook goedkoper, maar hoe?”

Cardol merkt vaak dat de verwachtingen

rond het decentraliseren te hoog gespannen zijn, “maar een ander stelsel leidt

niet als vanzelf tot betere zorg”, stelt de lector. “Het moet ook goedkoper,

bijvoorbeeld. En hoe spelen we in op de huidige problemen in de jeugdzorg. Maar

hoe? Daar hoor ik gemeenten niet over, eigenlijk.”

Een andere valkuil is de tijdsdruk.

“Die is groot. Ik hoop maar dat we over een jaar of vier niet zeggen dat het

mislukt is. Om een goed stelsel neer te zetten is echt een langetermijnvisie  nodig.”

Gemeenten moeten straks verbindingen

leggen
om het sociale netwerk rond kinderen beter in te zetten. Daarmee blijkt

al dat er naast de risico’s ook mooie kansen liggen voor de lokale overheid.

Is de huidige manier van werken aan

vervanging toe?

“We hebben de jeugdzorg enorm

ingewikkeld gemaakt in Nederland. De huidige vorm is aan buitenlanders erg

lastig uit te leggen. Het is daar vaak ook veel eenvoudiger geregeld, in landen

als Duitsland, Engeland en Scandinavische landen.”

Vanuit het gemeentelijke niveau dan?

“Klopt. Dicht bij de burger. Hun

werkwijze is niet een op een te kopiëren, want je moet wel rekening houden met

je eigen cultuur. Toch kunnen we daar nog veel van leren.”

Wat moeten gemeenten vooral gaan doen?

“Allereerst moeten ze het probleem in

kaart
brengen. Verder moeten ze laagdrempelig zijn voor ouders. En met name een

visie ontwikkelen. Draag vooral uit dat opvoedingen gepaard gaan met ups en

downs. Daar is niets mis mee, soms maak je fouten. Het taboe moet van de

twijfel of je kwetsbaar mag zijn. Dit leidt tot maatschappelijke kosten; niet

alleen financieel.”

Wat moet je als gemeente vooral niet

doen?

“Kinderen met lichte problemen in te

zware en lange trajecten stoppen, wat momenteel nog te vaak gebeurt. Daar is

veel winst te halen. Verder is het ook van groot belang dat ze niet overdreven

reageren op drama’s, door telkens nieuwe protocollen waardoor jeugdzorgmedewerkers

geen ruimte krijgen hun werk goed te doen.”

Maar die wil je toch voorkomen?

“Uiteraard. Ook vanuit het Rijk zal

risicobeheersing de ruimte van gemeenten daarom begrenzen, maar gemeente

krijgen veel autonomie voor deze taak. Als ze de uitvoering hiervan dan weer

gaan dichttimmeren voor de hulpverlening heeft dat juist negatieve effecten.

Het is helaas niet anders: drama’s zijn niet altijd te voorkomen.”

Hoe gaat uw werk helpen bij de

transitie?

“Het doel is de eigen kracht van mensen

te gebruiken, en hun sociale netwerk. Het probleem is dat het vaak lege

begrippen zijn en dat ze worden gezien als een soort Haarlemmerolie. En dit

zijn niet meteen gouden eieren. Je moet nadenken over de inhoud van deze

begrippen. Soms moeten mensen echt worden geholpen en staan er weinig tot geen

vrienden en familieleden klaar om bij te springen, soms is jeugdzorg echt nodig.”

Vertelt u eens…

“Het gaat om de visie van gemeenten. Ze

moeten het praktisch invullen. In beginsel geef je ouders de eigen regie over

de opvoeding van hun kind. Je moet mensen niet afhankelijk maken van zorg en

dingen overnemen, maar ze helpen om het zelf in te vullen.”

Dat is niet eenvoudig.

“Absoluut. Overnemen  doe je alleen als het echt slecht gaat.

Het wel of niet interveniëren is een verantwoordelijkheid van hulpverleners;

zij moeten en kunnen die inschatting maken.”

Wat is je taak dan als gemeente?

“Goede hulpverleners het werk gunnen en

ze de ruimte en het vertrouwen geven om hun werk goed te doen. De lokale

overheid zal heel goed moeten nadenken over hun visie om vanuit een

samenhangend geheel de veerkracht van ouders en kinderen te vergroten.”

Is dat het?

“Nee, dit moet ook gebeuren over de

grenzen van de jeugdzorg heen. Kijk dus ook naar schulden, verslaving,

enzovoort. Als je dat niet doet, biedt je geen structurele langdurige oplossing.

Maar juist gemeenten zijn in staat dit te doen.”

Zijn gemeenten hier op tijd begonnen,

eigenlijk?

“Redelijk veel wel, ja. Toch

staan sommigen nog aan het begin. En als je nu niet bent begonnen, dan krijg je

het lastig.”


Congres transitie Jeugdzorg:

Cardol is een van de sprekers tijdens het congres over de transitie van de jeugdzorg >>
Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

5 reacties

  1. Tja. Wat als die duizenden nu wel was ingegrepen waar het broodnodig was en die nog bekend waren als moeder borderliners, en bovendien nog klakkeloos gezag konden verkrijgen, wat dan? Juist dan hadden we duizenden kinderen zonder ernstige problemen of erger, in de psychiatrie en jeugdzorg. M.a.w. grijp in in alle risicogroepen gelijk en voer meldplicht in naar Familierechters en ga alle maar dan ook alle valse verklaringen afgelegd door borderliners-vrouwen eruit halen uit die familierechtsdossiers, en lieg niet langer door dat te verzwijgen in Nederland. Of willen we weer dat die gevallen Savanna en vele anderen de klos zijn als omstanders en gedupeerden? Niks geleerd. Ook al doen ze anders voorspiegelen. De ggz nog geen meldplicht. Familierechters nog geen ingrijpen bij daders-moeders die kindermishandeling vervreemding plegen, en een kompleet hypocriet zootje. Mooi weer spelen kunnen we allemaal heer Cardol. Zolang jullie die falende rechtspraak niet aanspreken en dat wensen te doen, zelfs niet terwijl je daarvan nog af kan weten ook (Gardner dat wist je al vroeg toch?)
    zolang is dit een bedriegend rechteloos land verworden. Slecht voor kinderen. Vrouwen die velen verduistering van Staat miogen blijven plegen zelfs onder jullie “plu”. Bah.

  2. Ach Karin, de Jeugdzorg moet toch ook leven. Daarom pakken ze juist dat soort kansen, geld in het laatje, mooi blazoen oppoetsen. Wie maakt zich er verder druk om? Tja, jammer voor jou. Vraag eens of ze ook zo cordaat optreden bij Roma’s en andere allochtonen.

  3. mechtild rietveld op

    Ja, het is zeker een kans voor gemeenten om het beter en goedkoper te doen. Mijn club (Opvoedpoli) bewijst dat dat kan. Maar inderdaad: de valkuil voor gemeenten is dat ze de oude ‘jungle’ overnemen en er een nieuwe naam aan geven.
    Toen de Bureaus Jeugdzaken werden opgericht, had men ook de mond vol over eigen kracht, samenwerken, regie en geen schotten. Dat is helaas niet goed gegaan (door weerstand bij instituties?) dus nu legt de regering de bal bij de gemeenten: die moeten het beter en anders doen. En wat doen gemeenten: die richten een gebouw op met een loket en noemen het CJG, een andere lettercombinatie voor BJZ. En ze sporen de bestaande instituties aan om samen te werken, in tijdrovende overleggen en convenanten, waar nog geen kind mee is geholpen. Dat is zonde, weggegooid geld. Gemeente: ga uit van de burger, je eigen jeugd en gezinnen en waar die hun zorg en hulp willen halen, faciliteer de door je burger gekozen hulp en laat het verder over aan de uitvoerende hulpverleners om met elkaar af te stemmen en samen te werken…op het niveau van het kind, het gezin, samen op deze werkvloer.
    Mechtild Rietveld

  4. wat naïf om te denken dat je met een nieuw systeemstelsel de kwaliteit van de jeugdzorg kan ophogen. ja, miss worden de lijnen na de tranisitie korter, maar de kwaliteit wordt bepaald in contact tussen de cliënt/de burger en de jeugdzorghulpverlener.
    En we moeten de ogen niet sluiten voor de ingewikkeldheid van de doelgroep die op enig moment aangewezen is op (gewongen) jeugdzorg. Participatie van de cliënt is uitstekend, maar is de gemiddelde jeugdzorghulpverlener voldoende toegerust om met zo’n mondige hulpvrager te werken? Nee! nog niet en het duurt ook even voordat dat lukt (als t er ooit van komt!)
    Zoals altijd, alleen wordt het steeds erger, kan de gemiddelde hulpverlener zich moeilijk verplaatsen in de cliënt. En dit probleem wordt steeds groter omdat de gemiddelde student op een sociale agogische opleiding niet in staat is om aan te sluiten bij de hulpvraag….ook hij is namelijk slachoffer geworden van de individualisering van de maatschappij.
    Wat we gaan krijgen is een toename van klachten en procedures tegen jeugdzorg. Maar nogmaals, de transtie zorgt ook in dit soort gevallen voor korte lijnen, lees: herkenbaarbaarheid. Dit houdt naar mijn idee in dat de verantwoordelijke gemeenteambtenaar en/of zijn wethouder bij de lokale supermarkt meteen aangesproken kan worden door een ontevreden jeugdzorg-cliënt.
    Ik vraag me af of de gemeente dit al voorzien heeft….

Reageer