Tien tips voor outcome-sturing in jeugdhulp

0

De basis is helder, het gaat om: uitval, cliënttevredenheid en doelrealisatie. Maar hoe krijg je die uitkomsten goed boven tafel?

Het is voor zowel gemeenten als jeugdhulpinstellingen niet efficiënt als elke gemeente een eigen set van outcome-criteria gaat ontwikkelen. Landelijke standaardisering van definities en operationalisering kan gemeenten en aanbieders helpen bij het invullen van hun nieuwe verantwoordelijkheden. Door prestaties te meten, komen gemeenten, aanbieders en cliënten meer te weten over de effecten en kwaliteit van jeugdhulp. Zo wordt de effectiviteit verbeterd. De VNG, KING, de ministeries VWS en V&J en het NJi hebben in juni 2014 een basisset met drie outcome-criteria gepresenteerd, namelijk: uitval, tevredenheid over het nut of effect van de jeugdhulp en doelrealisatie.
Maar hoe zorg je nu dat die basiscriteria daadwerkelijk goed worden bekeken. Daarom geeft het Nederlands Jeugdinstituut 10 tips aan gemeenten om outcome-sturing goed in te richten:
  1. Formuleer een gemeenschappelijk doel.

    Het eens worden over doelen van jeugdbeleid en jeugdhulp is een belangrijke stap naar een goede inzet van outcome-monitoring.
  2. Spreek af dat hulpaanbieders hun outcome gaan meten.

    Veel doen dat al, maar nog niet allemaal. Spreek ook af wanneer, hoe vaak en bij wie er metingen moeten plaatsvinden.
  3. Gebruik cijfers nu al in het gesprek over kwaliteit.

    In dat gesprek krijgen de cijfers de context die voor de aanbieder van toepassing is.
  4. Beperk de metingen.

    Ga uit van metingen die nuttig zijn in het primaire proces en die expliciete kwaliteitsvragen beantwoorden in dat proces, voor de aanbieder en de gemeente.
  5. Voer outcome-sturing gefaseerd in.
    Bepaal het tempo samen met de aanbieders en leg dit vast in een set afspraken.
  6. Harmoniseer waar mogelijk, wees specifiek waar nodig.
    De hulpvragen zijn te heterogeen om van aanbieders te vragen dat zij allemaal met één en hetzelfde meetinstrument werken.
  7. Ontwikkel eigenaarschap.

    Richt het thema outcome-sturing zo in dat er eigenaarschap ontstaat bij gemeenten, branches, beroepsverenigingen, management en bij de uitvoering.
  8. Houd rekening met hulptrajecten.

    Bij complexe hulpvragen levert een groep aanbieders hulppakketten of –trajecten. Maak dan afspraken over wie op welk moment evalueert.
  9. Benut het leren werken met outcome-indicatoren als relatietool.

    Gesprekken over outcome zijn zeer waardevol voor verdere kennismaking en opbouw van vertrouwen.
  10. Benut het werken met outcome-indicatoren als verbetertool.

    Dat helpt bij het gouvernance-vraagstuk hoe je met maatschappelijke partners het jeugdbeleid steeds effectiever maakt.

Congres Jeugdzorg 23 april

Hoog tijd om gezamelijk nog beter inzicht te krijgen in de praktijk en uitkomsten van de jeugdzorg. Voor een succesvolle samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. Meer informatie >>

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer