Jeugdmonitor moet gemeenten helpen

0

De informatie in CBS rapport ‘Regionaal beeld van de jeugd’ kan gemeenten helpen een samenhangende visie te ontwikkelen voor het lokale onderwijs, zorg en arbeidsmarktbeleid.

De komende jaren worden gemeenten verantwoordelijk voor veel voorzieningen waarbij jongeren een beroep doen op zorg of ondersteuning: het jeugdbeleid, de jeugdzorg, voorzieningen voor jongeren zonder werk of inkomen. Daar kan het rapport, dat (cijfermatig) de belangrijkste ontwikkeling en trends duidt, bij helpen.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten benadrukt dat belang: “De gegevens zullen, zeker ook voor gemeenten, het makkelijker moeten maken om trends, verschillen en samenhang in de cijfers te tonen. Op basis hiervan kunnen zij ook bepalen nader onderzoek te doen naar opvallende uitkomsten of verschillen die op hen van toepassing zijn.”

In 2013 zal het rapport ook gegevens over de gezondheidsitauties van jongeren bevatten belooft de staatssecretaris. “De komende jaren zal het CBS op mijn verzoek de jeugdmonitor uitbouwen met meer gegevens, over bijvoorbeeld gezondheid en welzijn van jongeren. In 2013 verschijnt een uitgebreide rapportage voor gemeenten met daarin nieuwe gegevens over de gezondheidssituatie van jongeren.”

Rapport 2011
Het rapport maakt de regionale verschillen met betrekking tot jongeren op een breed aantal terreinen (jongeren en gezin, gezondheid, onderwijs, arbeid en veiligheid) inzichtelijk. Zo wonen in Flevoland naar verhouding de meeste jongeren terwijl dat er in Limburg relatief de minste zijn. Van de gemeenten heeft Urk relatief het hoogste aandeel jongeren. Gemeente Kerkrade heeft van alle gemeenten relatief het laagste aantal 0 tot 20 jarigen. In de vier grote steden is het aantal jongeren (0 tot 20 jaar) ten opzichte van het aantal volwassenen (20 tot 65 jaar) iets lager dan het Nederlandse gemiddelde. Dat komt onder andere omdat gezinnen met kinderen de stad uit gaan.

Meer eenoudergezinnen
Steeds meer jongeren groeien op in een eenoudergezin. In 2010 ging dat om 15 procent van alle thuiswonende 0 tot 25-jarigen. In 2000 was dat minder dan 12 procent. Bij een eenoudergezin gaat het heel vaak om een gezin met een alleenstaande moeder. De verwachting is dat het aantal eenoudergezinnen – en daarmee het aantal jongeren in een eenoudergezin – de komende jaren nog licht gaat stijgen. Naarmate een gemeente groter is, is het aandeel jongeren in een eenoudergezin ook groter.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer