Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bestuurlijke afspraken gemaakt met gemeenten en organisaties die betalingsachterstanden bij vaste lasten signaleren. Doel is om mensen met beginnende schulden eerder te bereiken en te voorkomen dat betalingsproblemen uitgroeien tot problematische schulden. Voor de verbeteringen stelt het kabinet structureel 20 miljoen euro beschikbaar.
Bij vroegsignalering worden betalingsachterstanden bij onder meer huur, energie, drinkwater en zorgverzekeringen doorgegeven aan gemeenten. Jaarlijks worden op deze manier ongeveer één miljoen signalen gedeeld tussen signaalpartners en gemeenten. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken om inwoners met betalingsproblemen actief hulp aan te bieden.
De nieuwe bestuurlijke afspraken zijn op 24 september ondertekend met vertegenwoordigers van gemeenten – Divosa, NVVK en VNG – en vertegenwoordigers van drinkwaterbedrijven, energieleveranciers, verhuurders en zorgverzekeraars. Aanleiding zijn onder meer de positieve evaluatie van vroegsignalering in 2025 en aandachtspunten uit het rapport Hoe eerder, hoe beter van de Nationale Ombudsman. Die onderzoeken boden volgens de minister aanknopingspunten om de huidige aanpak verder te verbeteren.
Bereik moet verdubbelen
De partijen spreken twee concrete landelijke ambities af. Het gemiddelde landelijke bereik van vroegsignalering moet verdubbelen. Tegelijkertijd moet de ongewenste uitval van signalen, bijvoorbeeld doordat de kwaliteit ervan onvoldoende is, worden gehalveerd. Gemeenten en signaalpartners gaan de komende jaren gezamenlijk aan verbetermaatregelen werken om deze doelen te bereiken.
Volgens Vijlbrief maakt persoonlijk contact bij dreigende problematische schulden het verschil. Een deel van de structurele €20 miljoen kan door gemeenten daarom worden gebruikt om extra capaciteit in te zetten voor het proactiever benaderen van inwoners op basis van vroegsignalen. Het uitgangspunt is dat door meer te investeren in persoonlijk contact meer mensen tijdig geholpen kunnen worden.
Ook aan de kant van de signaalpartners moet het proces eenvoudiger worden. Het kabinet zorgt ervoor dat zij vroegsignalen eenvoudiger en meer eenduidig kunnen aanleveren. Daarvoor komt een centraal aanleverpunt voor vroegsignalen, als onderdeel van het Schuldenknooppunt.
De afspraken betekenen daarmee zowel een financiële als organisatorische impuls voor vroegsignalering: gemeenten krijgen meer mogelijkheden om mensen actief te benaderen, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan een betere en uniformere aanlevering van signalen.
De minister zal de Tweede Kamer periodiek informeren over de voortgang van de afgesproken doelen. Dat gebeurt via de voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Armoede en Schulden.




Geef een reactie