Het kabinet investeert verder in de aanpak van armoede en problematische schulden, met meer nadruk op preventie, vroegsignalering en toegankelijke schuldhulp. Ook werkt het aan vereenvoudiging van het gemeentelijk armoedebeleid en een meer gezamenlijke overheidsincasso.
In de Verzamelbrief Armoede en Schulden 2026 informeert minister Vijlbrief de Tweede Kamer over de uitvoering van moties en toezeggingen en de besteding van extra middelen. De maatregelen vallen binnen het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS). In 2027 gaat een belangrijk deel van de beschikbare middelen naar het Noodfonds Energie. Gemeenten krijgen daarnaast structureel geld om vroegsignalering van betalingsachterstanden te versterken. Vanaf 2028 zijn aanvullende maatregelen voorzien, waarover bij de financiële besluitvorming in het voorjaar definitief wordt besloten.
Preventie en eenvoudiger armoedebeleid
Het kabinet wil financiële problemen eerder signaleren, onder meer via scholen, huisartsen, sociaal werk, geboortezorg en werkgevers. Ook wordt gewerkt aan financiële educatie op scholen. Omdat het volgens het kabinet niet zou moeten uitmaken in welke gemeente iemand woont, wordt onderzocht hoe het gemeentelijke armoedebeleid kan worden vereenvoudigd en een minimum basisniveau van armoederegelingen kan worden gerealiseerd.
Bijzondere aandacht gaat uit naar jongeren. Volgens het Nibud heeft ruim de helft van de jongeren moeite met rondkomen. Er bestaan al veel initiatieven voor informatie en ondersteuning, waaronder de jongerenroute van Geldfit en individuele geldgesprekken op scholen. Het kabinet investeert daarnaast in structurele financiële educatie binnen het onderwijs.
Voor Caribisch Nederland is structureel € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor een leefbaar sociaal minimum. Dit volgt op eerdere verhogingen van minimumuitkeringen, minimumlonen en kinderbijslag.
Energiearmoede en schuldhulp
Kwetsbare huishoudens met een lager inkomen worden via het Noodfonds Energie gericht ondersteund. Voor de langere termijn zet het kabinet in op verduurzaming en energiebesparing. Het kabinet wil zich niet vooraf vastleggen op het niet verhogen van bepaalde energiebelastingtarieven: het collectieve lastenbeeld voor burgers en bedrijven moet integraal worden afgewogen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de belastingvermindering binnen de energiebelasting.
De schuldhulpverlening wordt verbeterd door verdere invoering van de basisdienstverlening en betere gegevensuitwisseling. Ook wordt gewerkt aan een landelijke ‘pauzeknop’, waarmee incassomaatregelen tijdelijk worden stilgelegd zodra iemand zich voor schuldhulp meldt. Inmiddels werken 223 gemeenten hiermee en zijn 110 gemeenten bezig met implementatie; samen betreft dit ruim 97% van de gemeenten.
Naar één overheidsincasso
Het kabinet wil uiteindelijk meer als één overheid gaan incasseren. Daarbij wordt onder meer gewerkt aan Mijn Betaaloverzicht, de Betalingsregeling Rijk en één digitaal loket. De opslag voor mensen met langdurige achterstanden in de zorgpremie blijft in 2028 10% en moet vanaf 2029 geheel verdwijnen.
Een voorstel om bij overheidsschulden betalingen eerst af te boeken op de hoofdsom in plaats van op kosten en rente neemt het kabinet niet over. De financiële voordelen voor mensen met schulden zijn volgens het kabinet beperkt, terwijl aanzienlijke wijzigingen in wetgeving, processen en IT nodig zouden zijn. De huidige toerekenvolgorde blijft daarom bestaan.
De Betalingsregeling Rijk is inmiddels beschikbaar voor vorderingen bij twaalf overheidsorganisaties. Aansluiting van de Belastingdienst en Dienst Toeslagen blijkt in 2027 niet haalbaar vanwege noodzakelijke IT-vernieuwingen; aansluiting op basis van vernieuwde systemen is vanaf 1 april 2030 mogelijk.
Tot slot onderstreept de minister de maatschappelijke impact van financiële kwetsbaarheid. De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek worden geraamd op minimaal € 8,5 miljard per jaar. Voor gezinnen in een financieel kwetsbare positie worden de bredere maatschappelijke kosten zelfs geschat op minimaal € 13 tot € 20 miljard per jaar. Het kabinet ziet daarom vooral in preventieve en integrale maatregelen belangrijke maatschappelijke baten.




Geef een reactie